De Hoge Bank van Zaltbommel | De 100 laatst geplaatst of gewijzigd

Overzicht van 100 actes.

1 ) 20-11-1554. Akte waarbij Gheritken weduwe van Gherit van Dien en haar familieleden aan Hille de Ghier Arntsz een som van 870 gulden als garantie stellen voor de gevolgen van een eventuele gerechtelijke aktie i.z. 20 hont 20 roeden land te Driel in de Vliert gelegen, die zij aan Hille verkocht hebben, 1554 november 20. 1 charter
N.B. Aanwinst 1970. Zie ook 1568 januari 31.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-9-2018.
Wij Adriaen van Oever ende Ghijsbert { - gat - }z scepen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen sijn Gheritken
nagelaten weduwe van wijlen Gherit van Dien zaliger mit haeren gecoren mombaer, Balderick van Dien
Hermen die Bije Gheritsz, Aris Goirtsz ende Catharina Gheritz dochter mit haeren gecoren mombaer, ende
hebben gesamenderhant ende een voir al geloift Hillen de Ghier Arntsz acht hondert ende tsoeventich caro-
lus guldens tot twintich stuver munten van Brabant tstuck gerekent, soe wanneer ende tot wadt tijden
den voirg. Hillen de Ghier mit recht affgewonnen off ontwaert woirden, twintich hont lantz ende twin-
tich roeden lantz inden gerichte van Driel in die Vliert gelegen, tusschen heer ende meester Jan uijt den
Weerde priester ende canonick etc ten oesten ende Wilhem van Driel den jongen ten westen, streckende mit den eenen
eijnde ten noirden op erffenisse der weduwe ende erfg. Gherit van Dien voirg., ende mitten anderen eijnde
opten Vlierswech{?}, off soe wie mit recht daer naest alomme gelandt mogen wesen, ende sulcx niet toe en
queme van wegen Hillens de Ghier voirsz., noch oick van wegen der roede dijcks, daer mede sij tvoirsz.
lant aen den voirg. Hillen vercoift hebben, welcke roede dijcx gelegen is tusschen Hagestoutz
dijck boven, ende dijck der weduwe ende erfg. Gheritz van Dien voirg. beneden, allet vermogens des
scepenen erfbrieffs van Driel, die die voirg. Hillen de Ghier vanden voirsz. lande ontfangen heeft, aenstont
naeder affwinninge off ontwaringe voirsz. tot onse stadt recht te betalen. Ende hebben die voirg.
Gheritken weduwe mit haeren gecoren mombaer, Balderick van Dien, Hermen die Bije Geritsz, Aris
Goirtsz ende Catharia Gheritz dochter mit haeren gecoren mombaer, den voirg. Hillen de Ghier des tho
onderpanden genomineert ende gestelt, inden iersten huijs ende erve binnen Boemel in die Heilichgeeststraet
tusschen Jan Geritsz ten oesten, ende Wilhem Jacobsz ten westen, streckende mit den eenen eijnde ten zuijden op
die straet voirsz., noch huijs ende erve binnen Boemel in Arnt Robben straet, tusschen idt convents van
sunte Agnieten erffenisse ten oesten, ende die straet lest voirsz. ten westen, streckende mit den eenen eijnde ten
noirden op erffenisse Arnt Coenen, noch huijs ende erve binnen Boemel in die Corte Steijgerstraet tusschen
die weduwe ende erfg. Roelof Glummer zalig. ten noirden, ende erfg. der weduwe Gherit Gheritsz zalig.
ten suijden, streckende mit den eenen eijnde ten oesten op die Steijgerstraet voirsz., off wie den huijsen ende erven
voirsz. alomme mit recht naestgelegen mogen sijn. Voirt alles goetz sij luijden nu ter tijt hebben ende
oick toecomender tijt ennichsins vercrijgen sullen binnen Boemel, ende inden gerichte van Zaltboemel
gelegen. In oirconde onser letteren gegeven inden iaere ons heeren duijsent vijffhondert vierendevijff-
tich den twintichsten dach smaentz novembris.
Ondertekend A D Bije s i z
De verwijzing naar 31 jan. 1568 betreft de Bank van Driel; die akte staat niet hier en lijkt geen relatie hebben met deze akte.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 135
2 ) 01-01-1337. Schultbekentenis voor schepenen van Santbomel, door Jan van Herwinen, en Theodericus Wantart {1} gepasseert, met belofte van binnen een maand te betalen, sub pacto obstagiali, 1337 januari 1. 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen. Is een dito schultbekentenis, door dezelven afgegeven, als in inv.nr. 347.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-9-2018.
Nos Johannes de Hoesden et Walterus Scaep scabini in Zautbomel protestamur quod Johannes de Herwinen et Theodericus Wautard de Herwinen ut princi-
pales debitores indivisi promiserunt Johanni ad opus Franconis patrum? Henrici Vaec et Bonifacij de Tassascho? ...... duodecim libris denariorum legalium ...
....
.... Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini Mº CCCº tricesimo
septimo prima die mensis januarij
1. moet zijn: Wautart.
Met beide aanhangende zegels
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 348
3 ) 02-02-1331. Jan van Herwinen belooft voor schepenen van Santbomel, jaarlijks, 20 jaar lang, te zullen betalen 100 ponden aan Johannes Voecht, 1331 februari 2 (1331. die Purificationis b. Mariae virginis). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-9-2018.
Nos Gerardus Maelghijs et Johannes de Werva scabini in Zautbomel protestamur
quod Johannes de Herwinen promisit Johanni Voechts ex Campo centum libris denariorum legalium
grosso regali Turonense pro sedecim denariis computato aut alio bono pagamento in valore equali in die
beati Petri ad Cathedram ... etc ...
... Datum anno domini Mº CCCº tricesimoprimo in die purificacionis beate Marie
virginis
Met beide aanhangende zegels.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 349
4 ) 12-10-1500. Schepenen van Zaltbommel oorkonden, dat tribunaal van rechter, gezworenen en schepenen uitspraak hebben gedaan in geschil tussen Johan van Gorinchem, procurator klooster Mariënkroon, en Johan Rodolfzn, over huur van 3 morgen land onder Zaltbommel en over bezit van 1 morgen hiervan / eisende, dat Johan Rodolfzn achterstallige pacht van 7 jaar, elk jaar van 6 gulden, aan Johan van Gorinchem zal betalen / over bezit van 1 morgen, dat procurator hem moet laten dagvaarden voor Hoge Bank der stad.
Met schepenzegels Henrik van Doern, Judocus de Haaften de Reinoy, Huyghmannus Johanzn, Robbertus de Heusden, Cesarius Noeydoinzn en Jacob Morninck, dat van Hillebrandus de Gier is afgevallen
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Bron: Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631, inv. 542, regest 1616
5 ) 05-05-1341. Transfixbrief, door den voorgaanden brief (inv.nr. 339) doorgestoken, waar bij het recht van dien brief voor schepenen van Santbommel gecedeert wordt aan Alardt van Haeften, 1341 mei 5 (1341. sabbatho post Inventionem Sanctae Crucis). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen. Zie ook inv.nr. 339 (1338 mei 27).
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Universis presencia visuris Nos Paulus Bart et Johannes de Beesde scabini in Zautbomel nu-
tum facimus protestantes quod veniens coram nobis Theodericus Wautart filius Gherardi de Re-
no vendidit et optulit pro centum libris denariorum legalium eidem ut fatebatur persolutis litteram
cui hec nostram presens litteram est transfixa et omniam in dicta littera contenta prout ibidem continentur
et omne jus quod Theodericus Wautart predictus habet in dictam litteram et in contentis eius
Alardo de Haeften hereditarie possidendam et Theodericus Wautart predictus littera predicta
... etc .... ... Nostrarum testimonio litterarum
Datum anno domini Mº CCCº quadragesimo primo sabbato post invenciois sancte crucis
Transfix.
Hangt aan: 27-05-1338
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 340
6 ) 27-05-1338. Acte van schepenen van Santbommel, wegens een gerigtelijk verwin, en verkoping der goederen van Jan van Herwinen, wegens schuld aan de Lombardiers, 1338 mei 27 (1338. feria 4. post Urbani martiris). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Universis presencia visuris Nos Everardus Theoderici et Ghiselbertus vander Borchwijc
scabini in Zautbomel notum faciumus protestantes quod veniens coram nobis preco juratus domini nostri comi-
tis Ghelrie in insula Tylensis recognovit se monuisse ex parte Lambardorum de Zautbomel Johanni
de Herwinen super duodecim libris denariorum quos ipse Lambardis predictis ....
.... etc ...
.... omnia bona
Johannis de Herwinen predicto in predicta jurisdictione sita et ibidem .... debite proclamata
Theodericus Wautart filio Gherardi de Reno per quadragintaocto libris denariorum legalium Nostrarum
testimonio litterarum Datum anno domini Mº CCCº tricesimooctavo feria quarta post beati Urbani martyris
Transfix.
Aanhangend: 05-05-1341
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 339
7 ) 06-05-1521. Schepenen van Zalt-Bommel doen uitspraak in zake van Willem Houwschilt, tollenaar aldaar, beschuldigd van tegen 's hertogs verbod koren uitgevoerd te hebben.
De schepenen verklaarden, hem "te wijsen ter onschult", tenzij het binnen een maand mogt blijken dat de
tollenaar te Herwarden, die het feit had bedreven en wien hij van het bestaande verbod onkundig had gelaten, van
hem en niet van den hertog zyne aanstelling had ontvangen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-9-2018.
Wij Joost van Haeften van Reijnoije Hillebrant de Ghier Ghijsbert die Groot Ghijsbert Naijensz Egen Woutersz Jan Rinck
Naijdo Roelofsz ende Dirck Goesensz scepen in Zaltboemell tugen dat voir den gesworen richter der stadt van Zaltboemell daer wij
mede inder dingbancken van Zaltboemell te gerichte geseten waren ende voir ons scepen voirsz. gecomen is Willem Hauscilt
tollener ende sonne ende bad den gesworen richter voirsz. dat hij ons scepen voirsz. des vonnis vermaende wat niet recht
wesen soude vander aenspraicken ende tichten die die richter voirsz. van wegen ons gnedigen lieven heren gedaen heeft ... etc ...
...
... In oirkonde onser litteren
Gegeven int jaer ons heren dusent vijffhondert een ende twyntich den sesten dach in meije
Gepubliceerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 6B, nr. 1055.
Met zeven goed bewaarde zegels; die van Joost ontbreekt. De zegels staan online.
N.B. Opvallend dat deze tekst in het Nederlands is.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 1992
8 ) 12-11-1526. Vonnis van schepenen van Bommel, dat de rigter na het vonnis van 6 mei 1521, in zake van Willem Hauscilt gewezen, genoeg voldaan heeft, 1526 november 12. 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Zie ook op 20 okt. 1526.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 1995
9 ) 29-10-1526. Schepenen van Bommel remitteeren des zaak van Willem Hauschilt voor den hertog en deszelfs raad, 1526 october 29. 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Zie ook op 6 mei 1521.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 1994
10 ) 09-02-1331. Jan uten Boemgaerde draagt aan Marienweerd op de helft eener gracht of sloot, gelegen onder Enspijk, tusschen zijn land en dat van de abdij.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
U. p. v. nos Johannes de Hoesden et Philippus de Horwinen, s. in Sautbomel, n. f. p. q. c. c. n. Johannes ex Pomerio, dimidietatem unius fosse site in jurisdictione de Eynspijc, inter dominos de Insula et ipsum Johannem, que in latitudine septem pedum spacium continet, obtulit Olivero a. o. dom. etc. ab ipsis hereditarie possidendam, et dictus Johannes dimidietati dicte fosse renunciavit promittens etc. dicto Olyvero a. o. dictorum d. abbatis et dominorum, super dimidietate dicte fosse, per annum et diem ut juris est, adversus omnes juri comparere volentes, et deponere omne plegium quod voerplicht dicitur de eadem. N. t. l.
Datum a. D. MCCCXXXI, sabbatho post beate Agathe virginis.
Bron: Cartularium der Abdij Marienweerd, inv. 388 (Pag. 243)
11 ) 29-06-1337. Schultbekentenis voor schepenen van Santbomel, door Jan van Herwinen, en Theodericus Wantart {1} gepasseert, met belofte van binnen een maand te betalen, sub pacto obstagiali, 1337 juni 29. 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen. Is een dito schultbekentenis, door dezelven afgegeven, als in inv.nr. 348.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
1. moet zijn: Wautart
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 347
12 ) 14-10-1341. Alard van Haeften beloofd voor schepenen van Santbomel, borgtogt te zullen aan Jan van Herwinen, voor zekere, bij uitspraak te bepalene, somme gelds, 1341 october 14 (1341. dom. post beati Victoris). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 335
13 ) 12-11-1313. Elias van Meteren verkoopt en draagt gerigtelijk op, ten behoeve van eene priesterlijke prebende in de kerk te Meteren, tien hont lands op de neghen gheweren onder Malsen gelegen.
Zeker land aan't gerigt van Malsen door Elias van Meteren verkogt, en voor schepenen van Zantbomel opgedragen aan de kerk van Meteren, 1313 november 12 (1313. feria secunda post festum b. Martini hijemalis). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Gepubliceerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 1, nr. 148.
Is bezegeld door twee schepenen van Zalt-Bommel.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 149
14 ) 06-06-1329. Een scepenbrieff van Saltboemell, tugende, dat Lysbeth, Wouters wijff van Tuyll, ende Dirck, hoer soen, vercoft hebben tot behoeff des greven van Gelre een huys ende hove, recht tot Tule gelegen, mit II mergen lantz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presencia visuris nos Paulus Bart et Jacobus Moliaert, scabini in Saltbomell, notum facimus protestantes, quod constituti coram nobis Elizabeth, relicta quondam Wouters {1} de Tule, cum suo tutore electo, et Theodericus, eius filius, vendiderunt et optulerunt domino Jacobo de Mirlair iuniori, militi, et domino Johanni Moliart, cappellano et reddituario domini nostri comitis Grelrie, ad opus eiusdem domini nostri comitis Gelrie domum et aream, sitas in Tule, et duo iugera terre adiacentis eidem aree, inter Snellardum Bycbone et plateam, in allodio sine censu et sine aggere hereditarie possidendas. Et dicti Elizabeth cum suo tutore electo (et) Theodericus dictis domui, aree et hereditati renunciaverunt, promittentes facere renunciare omnes, qui dictis domui, aree et hereditati de iure renunciare tenentur, promittentes eciam warandiam facere dictis domino Jacobo et domino Johanni ad opus dicti domini nostri comitis Gelrie super dictis domo, area et terra per annum et diem, ut iuris est, adversus omnes iuri comparere volentes et deponere omne plegium, quod „voirplicht" dicitur, de eisdem, nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MCCCXXIX, in crastino beati Bonefacii.
Gepubliceerd in: Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 177)
1. In het regest van de Charterverzameling heet hij: Woutbart.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 182
15 ) 05-06-1322. Een scepenbrieff van Saltbomell, tugende, dat Ghijsbrecht die Voecht van Tuyll ende Agnese, zijn wijff, oevergegeven hebben, tes joncheren behoeff van Gelre, huys ende hooffstat, tot Tuyll gelegen opter Neys, etc.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presencia visuris nos Johannes Voecht, Johannes Holle et Walterus Scaep, scabini in Saltbomell, notum facimus protestando, quod constituti coram nobis Gyselbertus Voecht de Tuyll et Agnes, eius uxor legitima, domum et aream, sitas in villa de Tuyll in loco dicto Neyss, et quidquid latitudo eiusdem aree in edificiis capit infra suos limites et consepta, ac proprietatem de hiis omnibus optulerunt Gyselberto de Haefften ad opus nobilis viri, domicelli nostri Gelrie, ab ipso hereditarie possidendas. Et Gyselbertus Voecht predictus et Agnes, sua uxor, dictis bonis omnibus renunciaverunt, nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MCCCXXII, Sabbato post diem Pentecostis.
Gepubliceerd in: Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 179)
In de Charterverzameling foutief gedateerd op 24 mei 1320, als gevolg van een leesfout door Nijhoff.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 169
16 ) 03-11-1348. Eenen scepenenbrieff van Saltbomell, tugende, dat Eccrijn van Heessel vercoft heeft tot hertoch Reynalts behoeff 2 1/2 mergen ende XIIII roeden lants, gelegen in den gericht van Boemell, op der Vecht {3}, etc; item noch III mergen op die Speelvoert; item I mergen op die Overste hove; item op den Repen XVII hont.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Nos Johannes de Hoesden senior et Johannes de Herwynen {1} et Henricus Fei {2}, filius Arnoldi, scabini in Saltbomell, notum facimus universis protestantes, quod veniens coram nobis Eccrinus de Heessell vendidit et optulit pro octingentis libris denariorum legalium (eidem), prout fatebatur, persolutis, Ghyselberto, filio Hermanni, ad opus metuendi domini nostri Reynaldi, ducis Gelrie, duo iugera et dimidium iuger et quatuordecim virgas terre, situatas in iurisdictione de Bomel super dictam Vecht {3}, inter terram, que fuit Pauli Bart, ab uno latere et heredes Petri Nennen ab altero; item in eadem iurisdictione super Speelwart tria iugera terre inter Gerardum Zeewout et heredes Henrici Greven; item in die Oeverste hove unum iuger inter Walterum Scaep et heredes Andriee Wenmers; item supra dictos Repen XCVII hont terre inter dictum hospitale de Bomell et heredes domine de Noeldwijck, sine censu et aggere, excepta una virga et dimidia virga aggeris ad dictam terram de iure pertinente. Et dictus Eccrinus dicte terre renunciavit, promittens facere renunciare omnes, qui dicte terre renunciare tenentur; promittens eciam warandiam facere Gyselberto, filio Hermanni predicto, ad opus domini ducis Gelrie predicti super dicta terra per annum et diem, ut iuris est, adversus omnes iuri comparere volentes, et deponere omne plegium, quod "voirplicht" dicitur, de eadem, preter dictum aggerem, harum nostrarum testimonio literarum. Anno Domini MCCCXLVIII, feria secunda post Omnium Sanctorum.
1. Dat is: Johannes van Horwinen, niet Herwijnen. Zoals ook op zijn zegel staat.
2. Moet zijn: Fey.
3. Dat zal "de Vercht" moeten zijn.
Gepubliceerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 2, Nr. 37 (pag. 39).
Gepubliceeerd in Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415, Deel IV, pag. 165.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 575
17 ) 14-06-1329. A. Enen schepenenbreiff van Zautboemel tugen, dat Cristina, Johans wijff van den Wael, ende Meynte, hoer dochter, vercoft hebben erffeliic tot des greven behoeff van Gelre XIII pont jaerlix thiins, die sy hadden uuyten tolle tot Zulichem.
B. Gerigtelijke opdragt voor schepenen van Saltbommel van 13 ponden jaarlijksche renten uit de tol te Sulinchem, door Christina van de Wael, haar dogter Meijn en haare twee broeders Wolter van de Wael, en Jacob de Hedel, van en ten behoeve van den graaf van Gelre, 1329 juni 14 (1329. feria 4. post Pentecost). 1 charter
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presencia visuris nos Johannes de Hoesden et Gerardus Maelgys, scabini in Sautboemel, notum facimus protestantes, quod constituti coram nobis Cristina, relicta Johannis van den Wale, et Meynta, eius filia, cum earum tutore electo, Walterus, filius Johannis van den Waele, et Jacobus de Hedel, eius frater, vendiderunt et optulerunt pro centum et quinquaginta libris denariorum legalium eisdem, ut fatebantur, persolutis tredecim libras annui redditus denariorum legalium, quos habuerunt ex thelonio et (1) de Sulichem omni anno recipiendo(s) Paulo Bairt ad opus domini nostri, comitis Gelrie, ab ipso hereditarie possidendos. Et dicti Cristina et Meynta cum earum tutore electo, Walterus et Jacobus dictis tredecim libris annui redditus renunciaverunt, promittentes facere renunciare omnes, qui dictis tredecim libris annui redditus de iure renunciare tenentur, promittentes eciam warandiam facere dicto Paulo ad opus dicti domini, nostri comitis, super dicto redditu per annum et diem, ut iuris est, adversus omnes iuri comparere volentes et deponere omne plegium, quod "voerplicht" dicitur, de eodem. Mihi (?) est Johannes dictus Wael fideiussor, nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MºCCCºXXIX, feria quarta post Penthecostes.
1. Dit woord moet wel vervallen.
Gepubliceerd in: Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 94)
Met de zegels van beide schepenen, welke online staan.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 283
18 ) 24-05-1320. Een huis en weere in villa de Tuel, door Ghiselbertus Voecht, en zijn vrouw voor schepenen van Santbomel opgedragen ten behoeve van den jonkheer van Gelre, domicelli Gelrensis, 1320 mei 24 (1320. sabbatho post diem Penthecostes). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
De zegels van schepenen Wolter Scaep, Johannes Holle en Johannes Voecht staan online.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 169
19 ) 14-04-1353. Paulus Baert en Everardus Theodoricus' zoon, schepenen in Zautbomel, oorkonden, dat Arnoldus Bonart overgedragen heeft aan de Heilige- Geestmeesters te Zulichem een huis en hof, gelegen in het gericht van Bomel buiten de muren van de stad Zautbomel, waarop de verkooper het goed weer in erfpacht van de koopers terugontvangen heeft. Datum anno Domini Mo CCCo quinquagesimo tercio quartadecima die mensis Aprilis. Oorspr. (Inv. no. 80); met het geschonden zegel van den eersten oorkonder in groene was; dat van den tweeden oorkonder is verloren.
Datering: 1353 April 14
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presencia visuris nos Paulus Baert et Everardus Theoderici sca-
bini in Zautbomel notum facimus protestantes quod veniens coram nobis Arnol-
dus Bonart vendidit et optulit pro quadraginta libris denariorum legalium eidem
ut fatebatur persolutis domum et aream sitis in jurisdictione de Bomel extunc murum
inter murum opidi nostri de Zautbomel predicti et Rodolphum Mol Baudewyno
Gherardi de Zulichem ad opus mense sancti spiritus in Zulichem in allodio sine
aggere cum tribus solidis census dicto duci Ghelreum? et triginta solidis census
de jure inde solvendam hereditarie possidendam / Et Arnoldus predictus domui et are-
e predictis renunciavit / Promittens facere renunciare omnis qui domui et aree pre-
dictis de jure renunciare tenentur / Promittens eciam warandiam facere Bau-
dewyno predicto ad opus mense sancti spiritus predicte super domo et area predictis per annum
en diem ut juris est adversus omnis juri comparere volentes et deponere omne
plegium quod voerplicht dicitur de eisdem / Quo facto Baudewynus predictus ex
parte mense sancti spriritus predicte reddidit domum et aream predictas Arnoldo predicto in here-
ditario censu possidendam pro quadraginta solidis denariorum legalium hereditarii census
grosso regali Turonense pro sedecim denariis computato aut alio bono pagamento in valore equa-
li singulis annis die beati Martini hyemalis post mortem Arnoldi predicti
et Bessele sue uxoris mense sancti spriritus predicte jure censuali perpetue solvendam
Tali condicione quod quando alter eorum discesserum tunc viginti solidi census
predicti mense sancti spiritus solventur post mortem uno amborum dictus census
mense santi spiritus predicte integre solventur / Nostrarum testimonio litterarum / Datum anno domini
Mº CCCº quinquagesimo tercio quartadecima die mensis aprilis
.... non? sol.?
Heerlijkheid Zuilichem, inv.nr.80, regest 1
Bron: Overigen, regest 1
20 ) 12-04-1342. Jan van Hoekelem, ridder, zoon van Arnold van Hoekelem, ridder, doet opdragt, ten overstaan van schepenen van Zalt-Bommel, van achttien morgen lands, strekkende van de Waal tot aan de Mark, in den gerigte van Herwijnen, in Brustyns hof gelegen, ten behoeve van Reinald hertog van Gelre.
Een scepenenbrief van Boemell, tugende, dat her Johan van Hoekelem, ridder, heren Amts soen, vercoft heeft tot
onss heerscaps behoeff van Gelre XVIII mergen lants, gelegen in den gericht van Herwynen, etc.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presencia visuris nos Everardus, filius Theoderici, et Gerardus Berchman, scabini in Sautbomell, notum facimus protestantes, quod veniens coram nobis dominus Johannes de Hoekelem, miles, filius domini Arnoldi de Hoekelem, militis, vendidit et optulit pro quingentis libris denariorum legalium eidem, ut fatebatur, persolutis decem et octo iugera terre tendentia a Walo usque ad fossam dictam Mare {1}, sita in iurisdictione de Herwynen, in manso dicto Bruystenshove, inter heredes Ludolphi Spaens et Jacobum Collart, Wenemaro de Tyela ad opus magnifici principis et potentis, domini nostri Reynaldi, Dei gracia ducis Gelrie ac comitis Zutphanie, in allodio sine censu cum aggere de iure ad predictam terram pertinente hereditarie possidenda. Et dominus Johannes predictus terre predicte renunciavit, promittens facere renunciare omnes, qui terre predicte de iure renunciare tenentur; promittens eciam warandiam facere dicto Wenemaro ad opus domini nostri ducis Gelrie predicti super terra predicta ad annum et diem, ut iuris est, adversus omnes iuri comparere volentes, et deponere omne plegium, quod, "voirplicht" dicitur, de eadem. Nostrarum testimonio literarum datum anno Domini MCCCXLII, feria sexta post octavas Passche.
De oorspronkelijke perkamenten brief N°. 538 is bezegeld door twee schepenen van Zalt-Bommel in groen was.
Gepubliceeerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 1, nr. 391.
Gepubliceeerd in Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415, Deel IV, pag. 163.
1. vermoedelijk is dit een schrijffout voor "Marc".
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 538
21 ) 12-04-1342. Alard van Haaften doet, ten overstaan van schepenen van Zalt-Bommel, afstand van den tiend te Herwijnen, ten behoeve van Reinald hertog van Gelre.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presentia visuris nos Arnoldus Johannis de Hoesden, Zegerus Gerardi Dijns et Gerardus Berchman, scabini in Zautboemel, notum facimus protestantes, quod veniens coram nobis Aellardus de Haefften decime, site in iurisdictione de Herwynen, que quondam fuit Johannis de Herwynen, omni iuri eidem Aelardo in dicta decima competenti, et literis super ipsam decimam confectis, dictum Aelardum de Haeffiten tangentibus, ad opus magnifici principis et potentis Reynaldi, Dei gracia ducis Gelrensis et comitis Zutphaniensis, nostri domini dilecti, renunciavit, nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MºCCCº quadragesimo secundo, feria sexta post octavas Pasche.

Ende noch sijn meer brieve opter borchtporten tot Nymegen van deser saken roerende van Camsen erffgnamen wegen.
De oorspronkelijke perkamenten brief N°. 402 is bezegeld door drie schepenen van Zalt-Bommel in groen was.
Gepubliceeerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 1, nr. 390.
Gepubliceerd in Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 247)
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 402
22 ) 12-04-1342. Jan Cansen doet, ten overstaan van schepenen van Zalt-Bommel, afstand van den tiend te Herwijnen, ten behoeve van Reinald hertog van Gelre.
Eynen schepenbrieff van Zautboemel tugende, dat Johan Cansse, soen heren Johan Canssen, ridders, vertegen heeft tot hertoch Reynalt behoeff van Gelre des theinde tot Herwynen off alsollix rechts, als here Johan Canssen voerrs. daerraein hadde, etc.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presentia visuris nos Arnoldus Johannis de Hoesden, Zegerus Gerardi Dyns et Gerardus Berchman, scabini in Zautboemel, notum facimus protestantes, quod veniens coram nobis Johannes Cans, filius domini Johannis Canssen, militis, decime site in iurisdictione de Herwinen, que quondam fuit Johannis de Herwinen, omni iuri eidem Johanni Cansen in dicta decima competenti et literis super ipsam decimam confectis dictum Johannem Canssen tangentibus ad opus magnifici principis et potentis Reynaldi, Dei gracia ducis Grelrensis et comitis Zutphaniensis, nostri domini dilecti, renunciavit, nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MºCCCº quadragesimo secundo, feria sexta post octavas Pasche.
De oorspronkelijke perkamenten brief N°. 582 is bezegeld door drie schepenen van Zalt-Bommel in groen was.
Gepubliceerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 1, nr. 389.
Gepubliceerd in Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 240)
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 582
23 ) 12-04-1342. Leonius de Campo van Rossem verklaart, ten overstaan van schepenen van Zalt-Bommel, dat zijne zuster Bele, mede uit naam van hare kinderen, bij Jan van Herwijnen in echte verwekt, van haar regt op de tienden te Herwijnen afstand zal doen ten behoeve van Reinald hertog van Gelre.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Universis presentia visuris nos Arnoldus Johannis de Hoesden, Zegerus Gerardi Dyns et Gerardus Berchman, scabini in Zautboemel, notum facimus protestantes, quod veniens coram nobis Leonius de Campo de Rossem promisit nomine domicelle Bele, eius sororis, et nomine liberorum dicte Bele ex Johanne de Herwynen, eius marito, generatorum et pro eis, quod dicta Bela et eius liberi decime, site in iurisdictione de Herwynen, que quondam fuit Johannis de Herwynen, omni iuri eis in dicta decima competenti et literis super ipsam decimam confectis, dictam Belam (et) eius liberos tangentibus, ad requisicionem et monicionem magnifici principis et potentis Reynaldi, Dei grada ducis Gelrensis et comitis Zutphaniensis, ad opus eiusdem ducis, nostri domini dilecti, renunciabunt, nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MºCCCº quadragesimo secundo, feria sexta post octavas Pasche.
De oorspronkelijke perkamenten brief Nr. 338 is bezegeld door drie schepenen van Zalt-Bommel in groen was.
Gepubliceerd in Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 1, nr. 388
Gepubliceerd in Van Doorninck, Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 246)
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 338
24 ) 31-01-1332. Eyn scepenenbrieff van Zautboemel, tugende dat Amt van Hemert gelofft heeft den greve van Gelre genoch te don van der thinden wegen tot Gameren etc. — Quasi inutile.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Nos Heinricus de Werna {1}, Fredricus Moliart, scabini in Sautboemell, protestamur, quod Arnoldus de Hemert promisit honestis viris, domino preposito ecclesie beati Petri Traiectensis, et domino Johanni Moliart, receptori Gelrensi, ad opus magnifici et potentis viri, domini nostri, domini comitis Gelrie et Zutphanie, quod ipse de omnibus fructibus, quos pater suus ante eum et ipse post patrem suum de decimis novalium in Gameren perceperunt et de omnibus dampnis, tristibus, expensis et occupationibus, quas dictus dominus noster comes per dictum Arnoldum et pro eo sustinuit, satisfaciet eidem domino nostro comiti ad eius beneplacitum et voluntatem, nostrarum testimonio literarum.
Datum anno Domini MºCCCºXXXIIº in die Circumcisionis Eiusdem.
1. Dat zal moeten zijn: Werva.
Bron: Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 250)
25 ) 08-08-1321. Schepenen van Zalt-Bommel getuigen, dat Eustatius van Brakel en zijn zoon hunnen burg van Brakel aan Reinald zoon des graven van Gelre hebben opgedragen, en weder door hem daarmede beleend zijn, onder voorwaarde, dat zij dien burg ten allen tijde voor hem zouden openhouden.
Woe dat huys tot Brakel Gelres leen is ind apen huyss.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-8-2018.
Nos Conradus Rode, Arnoldus de Hoesden, Goessewynus de Berna {1}, Michael Molart {2}, Philippus de Herwynen, Paulus Barck {3} et Walterus Scaep, scabini in Sautboemel, notum facimus universis hoc scriptum visuris publice protestando, quod constituti coram nobis personis (a) Eustacius de Brakell et Steskinus, suus filius, castrum eorum de Brakel optulerunt inclito {?} viro, Reynaldo, domicello nostro, filio illustris viri, domini comitis Grelrie, libere in allodio hereditarie et perpetue possidendum, et dicti Eustacius et Steskinus dicto castro renunciaverunt. Quibus preordinatis domicellus noster predictus reddidit dictis Eustacio et Steskino dictum castrum de manu eius vel suorum heredum post ipsum, iure recti castralis feodi, adiectis . . . . . (b) Eustacio, Steskino et eorum heredibus hereditarie et perpetue possidendum. Et prefati Eustacius et Steskinus assecuraverunt bona fide suis super hoc prefatis (c) juramentis et promiserunt sub obligatione bonorum suorum omnium quod, quocienscumque et in quo tempore dictus domicellus noster literas suas patentes, sigillo eius munitas, aut suum verum nuncium transmitteret petitur (d), dictum castrum aperient dicto domicello nostro ipsis inde descendentibus et exeuntibus sine mora et remanentibus inde, quamdiu dicto domicello nostro opus fuerit seu visum fuerit expedire.
Dicto vero domicello nostro et suis inde recedentibus dictus Eustacius et Steskinus vel eorum heredes reascendent et intrabunt dictum castrum ibidem commansuri ut prius. Que premissa si dictus Eustacius et Steskinus fide non proficiunt ea firmiter observantes, iam omnia eorum bona et singula sub potestate domicelli nostri predicti sita sedent (e) eidem domicello nostro ac ad eius curiam libere devolvuntur ab omni jure (dicto Eustacio et suo filio Steskino aut eorum heredibus in dictis bonis modo quemque competente salute et ab ipso facta pro nostrum monerent et uterque eorum est publicari, ....... (7) ) nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini MºCCCºXXIº in Sabbato post Vincula beati Petri apostoli.
Een gebrekkig afschrift wordt gevonden in het Oudste Register, fol. 87.
Gepubliceeerd in Nijhoff, deel 1, nr. 193
a. Vermoedelijk verschrijving voor: personaliter.
b. Voor of achter dit woord is waarschijnlijk wat uitgevallen
c. Verschrijving voor: prestitis.
d. Verschrijving voor: petiturum.
e. Verschrijving voor: cedent.
f. In A staat hier: post violatur. De woorden tusschen haakjes zijn onverstaanbaar.
1. Verschrijving voor: de Werva.
2. Verschrijving voor: Moliart
3. Verschrijving voor: Bart of Baert
Bron: Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Deel IV, pag. 189)
26 ) 10-12-1575. Bommelsche schepenbrieven rakende het verwin der goederen van Jan en Willem Quaden ten verzoeke van Goessen Wemmerszoon, doch waartegen de gouverneur van Zalt-Bommel jhr. Dirck van Haeften zich verzette. 7 charters
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-8-2018.
Wij Jan Claesz Zelkaert ind Goirt Rochus schepen in Zaltbomel tugen dat voir ons comen is
Aelbert Geritsz gerichst bode binnen Zaltbomel ende gieden dat hij Diderick van Haefften gou-
vernuer ind amptman tot Zaltbomel den aenvanck verboden hefft van wegen Goessen Wemmersz
van Rienen van allen sijnen guederen her? hefft binnen Bomel ind inden gerichts van Zalt-
bomel nae luijt ind inhalt vervolch coop ind insettinge brieven Goessen voirsz. hebbende
is. In oirconde onsser letteren gegeven inder jaeren ons heeren duijssent vijffhondert
vijff ende soeventich den tienden dach decembris
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 2341.
Deze stukken zijn waarschijnlijk (terecht of ten onrechte) vermengd geweest met de in no. 493 beschreven brieven.
Met zegel van Zelkaert.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 494-5
27 ) 19-11-1575. Bommelsche schepenbrieven rakende het verwin der goederen van Jan en Willem Quaden ten verzoeke van Goessen Wemmerszoon, doch waartegen de gouverneur van Zalt-Bommel jhr. Dirck van Haeften zich verzette. 7 charters
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-8-2018.
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 1301.
Deze stukken zijn waarschijnlijk (terecht of ten onrechte) vermengd geweest met de in no. 493 beschreven brieven.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 494-4
28 ) 09-11-1575. Bommelsche schepenbrieven rakende het verwin der goederen van Jan en Willem Quaden ten verzoeke van Goessen Wemmerszoon, doch waartegen de gouverneur van Zalt-Bommel jhr. Dirck van Haeften zich verzette. 7 charters
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-8-2018.
Wij Huijchman van Huesden ind Peter Moliaert schepen in Zaltbomel tuijgen dat voir ons comen is Goessen Wembertsz
van Reijnen ende hefft met recht beclaecht ende aengesproken Jan ind Willem Quaden van Isegardie als dat die
selve hem onthaldende sijn twelfftalff hondert gulden min dartich stuvers twentich stuvers brabants voir elcken gulden
gerekent welcke pennongen sij hem affgenomen hebben opten Cleffschen gront blijckende bij loffwerdige certifica-
tie daer van sijnde ...
.... etc .... dit geschieden inden jaere ons heeren duijssent
vijffhondert vijff ind soeventich den acht ind twentichsten dach der maent octobris, daer nae tugen wij Gerit
Jansz Trip ind Jacop Jansz schepen in Zaltbomel dat voir ons comen is Jan Folpersz volmechtich Goessen Wembersz
ende heefft sijn andere clacht gedaen op Jan ind Willem Quaden voirsz. als recht is des vrachden ons schepen wij
de richter voirsz. naeden mael Jan ind Willem Quaden daer niet tegen woirdich en waren noch niemant van hoiren
die hem luijden verantwoirden als recht is, .... etc ...
... etc .... dit geschieden int jaere ons heeren duijssent vijffhondert vijf ind soeventich den negen ind twentich-
sten dach octobris. Daer nae tuijgen wij Wolter Herbertsz Arnt Querijn Glummer Arnt Jacopsz Jacop Jansz Huijchman van
Huesden Jan Claesz Zelkaert Gerit Jansz Trip ende Peter Moliaert schepen in Zaltbommel dat voir den gesworen richter ende voir
ons schepen voirsz. erschenen is Goessen Wembertsz voirsz. ende hefft aldaer vertont ende lesen laten sekere loffwerdige certifica-
tien ind pasporten hem dienende tegens de voirsz. Quaden ... etc ....
.... In oirconden onsser letteren gegeven .....
.... jaer ons heeren duijsssen vijffhondert vijff ende soeventich den negenden dach novembris
// Aert Petersz s t z b //
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 1304.
Deze stukken zijn waarschijnlijk (terecht of ten onrechte) vermengd geweest met de in no. 493 beschreven brieven.
Met de zegels van schepenen: Gerit Jansz, Jan Claesz Zelkaert, Wolter Herbertsz, en Aert Qureyn.
[NB: met 8 zegels]
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 494-3
29 ) 08-11-1575. Bommelsche schepenbrieven rakende het verwin der goederen van Jan en Willem Quaden ten verzoeke van Goessen Wemmerszoon, doch waartegen de gouverneur van Zalt-Bommel jhr. Dirck van Haeften zich verzette. 7 charters
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-8-2018.
Wij Gerit Jansz Trip ind Jacop Jansz schepen in Zaltbomel tuijgen
dat wij van wegen ind vuijt den name vanden gemeijn schepen binnen
Bomel opten achten dach novembris lestleden gesonden sijn geweest
bij den gouvernuer joncker Diderick van Haefften om hem an tho
seggen, dat hij Goessen Wembertsz hant halden soll op de Quaden
vermogens gewesen vondenisse dair van zijnde dat doen den gouver-
neur daer op seijde hij sulcx doen sall in Oirconde onsser letteren
gegeven inder jaire ons heeren duijssent vijffhondert vijff ind soe-
ventich den achten dach novembris
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 2278.
Deze stukken zijn waarschijnlijk (terecht of ten onrechte) vermengd geweest met de in no. 493 beschreven brieven.
Met beide zegels.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 494-2
30 ) 08-08-1545. Akte van borgtocht voor Jacob Roelofszoon als pachter der watertollen te Zalt-Bommel en Heerewaarden.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-8-2018.
Wij Derck de Ghijer ende Roelff Moliaert schepenen in Zaltboemell doen kundt ende bekennen overmitz desen onsen brieve dat wij op dach ende datum onderscreven gesyen ind gelesen hebben enen bezegelden brief dye van woerdt tho woerde ludende ende inhaudende is gelieck vuerscreven steet {1} Vorder tuijgen wij dat voer ons komen is Jacop Roelff Jacopsz burgermeister der stadt Zaltboemell als principael zaeckwoldt ende Zelis die Raedt burgermeister der stadt Zaltboemell ende Jan Moliaert rentmeister der selven stadt vursz. als burch ende hebben gesamenderhandt geloeft een voer all, nae tho gaen tho vollen trecken ende tho betalen dye jaerlicxe pensioen der jaeren woe inden vurg. brief gescreven steet. Ingefall daer ennyge versuimenisse van misbetaling inne gevyele ..... soe sall ind mach .... meister Geradt van Reijnoij Roe. Keij. Maj. raedt commissarius ende rentmeister generaell ... verhalen aen allen oeren erfenisse ende guederen ...
1. Erboven staat het lange afschrift van een oorkonde waarin de overdracht van het tolambt wordt geregeld. Het regest staat gedateerd op 23-7-1545, maar dat is de datum van de oorkonde die met de schepenakte er onder gelegaliseerd wordt.
Met beschadigd zegel van De Ghijer en zegel van Moliaert. Het zegel van Moliaert staat online in de zegelverzameling van RAG.
Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 942.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 787
31 ) 28-10-1575. Bommelsche schepenbrieven rakende het verwin der goederen van Jan en Willem Quaden ten verzoeke van Goessen Wemmerszoon, doch waartegen de gouverneur van Zalt-Bommel jhr. Dirck van Haeften zich verzette. 7 charters
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-8-2018.
Wij Wolter Herbertsz Arnt Querijn Glummer Arnt Jacopsz Jacop Jansz Huijchman
van Huesden Jan Claesz Zelkaert Gerit Jansz Trip ind Peter Moliaert schepenen
in Zaltbomel tuijgen dat voir ons ind den gesworen richter binnen Bomel comen
is Goessen Wembertsz van Rienen met sijnen volmechtigen ind sonne ende bade
den richter voirsz. dat hij ons eender vermanen soll, off Willem ende Jan Quaden
niet gehalden solden wesen, boirgen to stellen off in banden van ijsser tho
to blijven ter ter {sic} tijt ind ter wijlen to .... het recht ware gesloten tussen
hem ende de Quaden voirsz. ende overmits hij Goessen boirgen gestelt hadde
waer op wij schepen voirsz. doir manisse des voirsz. richters gewesen
hebben met eenen goeden voirberaet dat Jan ind Willem Quaden boirgen
sullen stellen off in banden van ijsseren blijven wes het recht sij gesloten
off de richter in platse des heeren sal hen boirgen verleenen dit ter tijt ende
ter wijlen toen wij schepen voirsz. en? segen? beter bescheijt ende beschijn dan wij
noch gesien hebben. Oirconden onsser letteren gegeven inden jaere ons heeren
duijssent vijffhondert vijff ende soeventich den acht ende twentichsten dach
octobris
// Arnt Petersz s b z b //
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 1299.
Deze stukken zijn waarschijnlijk (terecht of ten onrechte) vermengd geweest met de in no. 493 beschreven brieven.
Met de zegels van schepenen: Wolter Herbertsz, Peter Moliart, Arnt Jacopsz, Jacop Jansz, Herman van Hoesden, Jan Zelkaart, Gerit Jansz en Peter Moliart.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 494-1
32 ) 01-07-1551. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Copia
A
Wij Dirck de Ghier ende Roeloff Morinck scepenen in Zaltboemel
tuijghen dat wij inden signaet van Drijel gesien ende gelesen
hebben, eenen scepenen brieff affgehaelt wesende luijdende
van woerde the woerde, als hier na bescreven steet. Meister
Jan Morincks soonen Gherit ende Dirck. Jan Baukensz die
oude ende Egen Dircksz qd meister Jan heefft gemaeckt
sijnen zoonen {1} voersz. post mortem eius een hofstadt mitten
huijs, ende een schuer, ende eenen berch, in Horwijnen
geleghen, in tali quantitate als hij dat van sijnre moeder
gebuert heeft ende van sijnen bruederen ende suster gedeijlt
heefft. Noch vier mergen lants inden gericht voersz.
teghen die selve stege over ende is geheijten die Woerden
Tuschen meister Roeloff ende den selven Woerden Ende
meister Roeloff leet oeck naestlantgelegen metten Bullick
aen d’ander sijde, off tuschen etc. Condicio dat het een opten
anderen sal sterven Storff enich van hem beijden sonder
levende geboerte, .... soe zal dan dit goet voerscr.
weder sterven opten erven meister Jans voersz. Anno
vijfftienhondert ende vijf den        dach septembris. Dat
getal des daechs en hebben wij scepenen Roeloff
ende Dirck voersz, overmits datter een cladde jynts
op lach nyet kennen lesen Ende want wij scepenen lest
voersz. desen onsen vidimus hebben bevonden tho
accorderen met den signaet voersz., soe hebben wij
des t’oerconde der waerheijt Aernt die Bije gesworen
scrijver der stadt Zaltboemel, geconsenteert dit tho
scrijven ende te beteijkenen. Twelck ick Aernt die Bije
voersz. alsoe gedaen, ende hebbe mijnen gewoentlicken
hantscryft hier onder geset. Gesciet den eersten dach
julij anno vijfftienhondert een ende vijfftich
A d B s Z
1. N.B. elders in het procesdossier staat dat Gherit en Dirck bastaardkinderen zijn.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
33 ) 26-10-1552. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Hanrick die Groet ende Ariaen van Oever scepenen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheit dat op
huijden datum van desen voer ons in eijghene personen ersche-
nen ende compareert sijn Aernt Hermansz ende Cornelis Jansz
van Rossem ende hebben ter instantien ende gerichtelicken versueke
onse mits raetsvrundt Hanrick Morinck ....
...
... Als dat sij Hanrick Morinck voersz. in den
tegenwoerdighen jare van twee ende vijfftigh gedijckt hebben
tot Horwijnen aen den schoer dijck die meister Roeloff
Morinck zaliger toe plach te behoeren, vijff ende dartich
dachueren, des daechs drije stuvers ende een oert stuvers
gevalueert Ende dat sij verwrocht hebben twelff voeder
rijsen ende staecken Ende dat sij Claes Jansz ende Jan
Geritsz hebben laten karren mit een karre drije daghen
min een scoff ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
34 ) 12-11-1551. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Gherit Gielisz ende Ghijsbert Wijnricksz scepenen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voor die gerechte waerheijt dat op huijden
datum van desen voer ons in heuren eijghenen personen erschenen ende
gecompareert sijn Aernt Hermansz, Cornelis Jansz van Rossem ende
Willem Wautersz van Horwijnen ende hebben ten gerichtelicken ver-
suecke Hanricx Morinck ....
... Als dat sij voerg. Hanrick Morinck aen sijnen
dijck tho Horwijnen in den teghenwoerdighen jare van een ende
vijfftich gearbeijt hebben, In als hondert ende negen dachueren
elcke dachuere ad drije gevalueerde hollantse st. Ende dat sij
inden voersz. dijck verarbeijt hebben soeventhien voeder
rijsen ende staecken, die Gerit Petersz tot Horwijnen aen den
voersz. dijck vuerden Elck voeder ad twee stuver hollants ...
... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
35 ) 21-02-1551. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Gerit Gielisz ende Ghijsbert Wijnricksz scepenen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheijt dat
op huijden datum van desen voer ons in heuren eijghenen
personen erschenen ende gecompareert sijn Frans Ariensz ende
Gerit Hanricksz ...
...
Als dat sij den voerg. Hanrick Morinck in den jaer
negen ende veertich lestgeleden alle sijn raepzaet dat
hem tho Horwijnen bij dat vrauwen huijsken op
Hanrick Korstensz hoff affter ende naest Hanrick Korstensz
hoff westwaert genaemt die Woerd gewassen was
tho Boemel tot sijnen huijse onbehyndert thuijs gevuert
hebben ... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
36 ) 07-03-1551. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Ghijsbert Scoeck ende Ghijsbert Wijnricksz scepenen in Zalt-
boemel doen kundt ende certificeren voer die gerechte waer-
heijt, dat op huijden datum van desen voer ons in heuren
eijghenen personen erschenen ende gecompareert sijn, Goris die
Bruijn Hanricksz ende Aernt Jacopsz ende hebben ter in-
stantien ende gerichtelicken versuecke van onsen mitsraets-
vrundt Hanrick Morinck ....
... verclaert ende gedeponeert dat sij inden jaere soeven
ende veertich lestgeleden den voerg. Hanrick Morinck
alle alsulke haver als hem tot Horwijnen op die Woerde
gewassen was, tho Boemel tot sijnen huijse onbehyndert thuijs
gevuert hebben, .... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
37 ) 10-06-1551. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Dirck die Ghier ende Ghijsbert Wijnricksz scepenen in
Zaltboemel doen kundt en certificeren voer die gerechte
waerheijt, dat op huijden datum van desen voer ons in
hoeren eijghenen personen erschenen ende gecompareert sijn
Hanrick Hanricksz ende Jen Gerits Ende hebben ten gerich-
telicken versuecke Hanrick Morincks ....
....
.... verclaert ende gedeponeert dat sij
int jaer van ses ende veertich lestgeleden van weghen Jan
Egensz die Woerd op Horwijnen gethuijnt ende gewacht
hebben Noch dat sij int jaer van soeven ende veertich
verleden, Zelis ende Jan Wilhem Schoenen kijnderen tot Hor-
wijnen, die Woerd naest Dirck Morincks lant geleghen
mit haver hebben sien seijen van Hanrick Morincks weghen
... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
38 ) 15-01-1553. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Copia

Wij Otto Pieck ende Joachim van Ghiessen scepen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheijt, dat op
huijden datum van desen voer ons in oeren eijghenen personen
erschenen ende gecompareert sijn Frans Ariensz, Roeloff Aertnsz {sic}
ende Willem Geritsz ende hebben ter instancie ende gerichtelicken
versuecke van Hanrick Morinck ...
...
... verclaert als dat sij luijden inden jaren
van vijfftighen verleden van voerg. Hanrick Morinck aen-
genomen hebben gehadt tho Boemel te vueren alle alsul-
ke wyntergarst als hem tho Horwijnen bij dat heijlige
vrouwen huijsken op Hanrick Korstensz hoff ende op die
twee ackeren daer naest gewassen was ....
... etc ....
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
39 ) 08-12-1550. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Copia

Wij Roeloff Moliert ende Gerit Gielisz scepenen in Zaltboemell
doen kondt ende certificeren voer die gerechte waerheijt, dat
op huijden datum van desen voer ons in hoeren eijghenen
personen erschenen ende gecompareert sijn Goessen Wauter-
zoen ende Claes Jansz Ende hebben ter instantien ende
gerichtelicken versuecke van onsen mitsraetzfrundt
Hanrick Morinck ....
...
... Inden ersten dat sij deponenten voergenoemt
in desen teghenwoerdighen jare van vijftighen den voer-
genaemden Hanrick Morinck sijn hoppe onbehyndert tho
Boemel tot sijnen huijse gevuert hebben, ...
.... etc, etc ....
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
40 ) 08-11-1552. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Copia

Wij Dirck de Ghier ende Gherit Gielisz scepenen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheijt dat
op huijden datum van desen voer ons in eijghener personen
erschenen ende compareert sijn Goesen Wautersz ende Claes Jansz
ende hebben ter instancie ende gerichtelicken versueke van
Hanrick Morinck ....
....
.... verclaert ende gede-
poneert als dat sij inden jare van een ende vijfftich
verleden, voerg. Hanrick Morinck op Hanrick Korstensz
hoff affter ende op die twee acker daer naest, ende op die
Woerde naest Dirck Morinck, boenen geseijet hebben Ende
dat sij al noch inden teghenwoerdigh jaer van twee ende vijff-
tich den voersz. Hanrick Morinck op die Woerd naest Dirck
Morinck gelegen haver geseijet hebben ende dat Zelis ende
Jan Willem Schoenen kijnderen op Hanrick Korstensz hoff
ende die twee acker daer naest op Horwijnen ...
... etc, etc ....
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
41 ) 08-02-1553. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Copia

Wij Roeloff Moliaert ende Johan Maesz scepenen in Zatboemel {sic}
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheit dat op
huijden datum van desen voer ons in sijner eijghener persone
erschenen ende gecompareert is, die Jonge Gherit Gheritsz van Berck
ende heeft ter instantie ende gerichtelicken versuecke van Hanrick
Morinck .... etc ...
...
.... als dat hij
inden jare vijfftich verleden, durch beveel Jan Gorisz
Willem Morinck ende Ghijsbert Morinck, vier voeder weijts
tot Horwijnen van die Woerde, naest Dirck Morinck oest-
waert gehaelt ende gevuert heefft tot Boemel ten huijse Bessel
Hagestauts Ende dat hij oeck doer beveel Jan, Willem, ende
Ghijsbert voersz. int jaer van twee ende vijfftich verleden
gehaelt heeft een voeder weijts tot Horwijnen bij dat vrauwen
huijsken van Hanrick Korstensz hoff, ende dat hij dat selve
voeder tho Boemel aen Jan Gorisz voersz. berch gevuert
heefft ....
Gesciet in den jare ons heren duijsent vijffhondert drije
ende vijfftich den achten dach smaents februarij
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
42 ) 08-11-1552. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Claes Jansz ende Goessen Wautersz juraverunt gerichtelick van Hanrick
Morinck daer toe versocht wesende, dat sij daer over geseten hebben
als nabueren, mit den scolt van Horwijnen gerichtelick, daer desen
teghenwoerdighe cedulle besworen worden op dach ende datum als voer-
seet, ende dat die selve cedulle gescreven worden vanden custer tot Hor-
wijnen als gesworen scrijver. Actum voer scepenen Dirck de Ghier
ende Gherit Gielisz den achten dach novembris anno etc twee ende vijftich
    A. D. Bije s.
De cedulle was een verklaring door Gherit Petersz. Maar niet voor de schepenen en hij is hier daarom niet opgenomen.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
43 ) 02-08-1550. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-8-2018.
Copie geextraheert uut principael

Oercondt scepenen

Heer amptman Wolter van Baexs in Keij. Ma. plaets
gheeff ick Henrick Morinck oetmoedelick te kennen dat
op den eersten ende tweeden dach augusti anno vijfftich
vier off meer wageners, eenen genaemt Jan Moen
eenen Gerit Petersz ende eenen Aert Reijnen woenende alle
drye tot Horwijnen, ende eenen Gerit Geritsz genaemt t’Jonck
Berckhoen wonende tot Bomel, gecomen sijn van mijn lant
gelegen op Horwijnen genaemt die Woerd ....
..... ende hebben aldaer tmeeste
deel vanden voersz. weijt geladen, die welke sij luijden
tot Boemel ten huijse van Bessel Haghestouts wonende
bij dat gasthuijs aengevuert hebben, ...
... etc ...

Actum den tweeden augusti aº etc. vijfftich
coram Moliert et Wijnricksz
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
44 ) 12-03-1552. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-8-2018.
Copia

Wij Dirck de Ghier ende Peter Doncker scepenen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheijt dat op
huijden datum van desen voer ons in sijner eijgener personen erschenen
ende gecompareert is Arien Hanricksz genaempt dat kijnt van
elft ende heefft ter instantie ende gerichtlicken versuecke Han-
rick Morincx .....
.....
.... verclaert ende gedeponeert als dat hij int
jaer vijfftich lestleden durch beveel Jan Gorisz Willem Morinck
ende Ghijsbert Morinck Jacopsz tot Horwijnen drije voeder weijts tot
Boemel van die Woerd, tot Horwijnen, naest Dirck Morinck oest-
waert, gevuert heeft tot Boemel, ten huijse Bessel Hagestauts
Ende dat hij oeck int jaer van een ende vijfftighen verleden
durch beveel Jan Gorisz Willem Morinck ende Ghijsbert Morinck
Jacopsz tot Boemel, twee voeder boenen van die Woerd vsz.
ende van Hanrick Korstensz hoff naest die Woerd, tot Horwijnen
gehaelt heeft ende ten huijse Jan Gorisz tot Boemel gevuert heefft ...
... etc ...
.... den twaelften dach smaents martij anno twee
ende vijfftich
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
45 ) 11-02-1553. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-8-2018.
Copia

Wij Peter Doncker ende Jan Maessen scepenen in Zaltboemel
doen kundt ende certificeren voer die gerechte waerheijt dat
op huijden datum van desen voer ons in sijner eijgener per-
sonen erschenen ende gecompareert is Gherit Goertsz ende heeft
ter instantie van Hanrick Morinck durch vermanisse des
gesworen richters ....
....
.... gecertificeert als dat hij int jare van een
ende vijftig verleden durch beveel Jan Gorisz Willem Morinck
ende Ghijsbert Morinck Jacopsz gehaelt heeft tot Horwijnen
op Hanrick Korstensz hof bij dat vrauwen huijsken drije
voeder boenen, ende dat hij die selve drije voeder boenen
voersz. gevuert heeft tho Boemel aen Jan Gorisz voersz.
berch .... etc ....
...
Gesciet inden jare ons heeren duijsent vijfhondert
drije ende vijftich den elfsten dach smaents februarij
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
46 ) 02-08-1550. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-8-2018.
Copie geextraheert uut principael

Den tweeden dach augusti aº etc. L coram Moliert
et Wijnricksz

Hanrick Morinck heefft sijn stadtrecht verburcht op het
ghene ende na vermelden des voersz. steet ende des tho borghe
bestalt Ghijsbert Morinck sijnen zoon, des die amptman brieff
begheert ad opus cesarie maiestatis ende Hanrick promisit
sijnen zoon voersz. der burchtocht scadeloes te halden
... etc ...
.... .... Jan Gorisz heefft sijn
lantrecht verburcht ende des tho burghe gestelt Willem Mo-
rinck ende Ghijsbert Morinck Jacopsz ....
... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
47 ) 01-05-1552. Claes Pieck contra Reyner van Aeswijn., Visserij van Zuilichem.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-8-2018.
Wij Henrick die Groet ende Henrick Morinck schepen in Zaltboemell doin kondt ende
certificieren voer die gerechte waerheijt dat op huijden datum van desen voer ons in
sijnen eijgenen personen erschenen ende compariert is Folpaert Gijsbertsz ende heeft
ten gerichtelicken versueck des erentfesten ende vromen Claes Pijeck durch vermanisse
des gesworen richters mit recht daer toe bedwongen wesende mit opgerechte vingeren
volstaefts eedtz lyffelick an god ende sijnen helligen gezworen ende bij den selven sijnen eed
verclaert ende gedeponiert Als dat hij inden wynter lestleden nyet wetende van den precisen
tijt, gecomen is tho Brakell op den dijck daer hem gemoet sijn des heeren van
Brakels dieners als nemelick heern Gijsbert van den Veen ende meer anderen die
hem vraechden off hij mit hem luijden to bier wolde gaen waer op hij deponent
antworden Ja ende is alsoe mit hem luijden gegaen tot des Eustees huijse ende aldaer comende
heeft hij aldaer vinden sitten den heer van Brakel dien hij vraechde of hij wall
een kanne biers mit hem drincken mochte Daer op die heer van Brakell
antworden Ja mitseggende off hij oick wall mede drincken wolde, daer hij
deponent op antworden Ja, all haddij dat om v/u? heemde? gecoft off waert oick van
hercomen mochte, Daer die heer van Brakell op seijde, ick hebbe daer boven
een anker myt een weell doin haelen daerse in mijn water vysschen wolden
dien willen wij verdrincken ... etc ....
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4931 (nr. 1554/30)
48 ) 29-01-1552. Claes Pieck contra Reyner van Aeswijn., Visserij van Zuilichem.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-8-2018.
Wij Henrick die Groet Derick de Gier ende Johan Gorisz schepen in Zaltboemell doin
kondt ende certificieren voer die gerechte waerheijt dat op huijden datum van desen voer
ons in oren eijgenen personen erschenen ende gecompareert sijn Stees Claesz Jan
Aelbertsz Bruijsten Willemsz ende Gisbert Hugensz aelt wesende soe sij seeden
Stees Claesz over die veertich jaeren Johan Aelbertsz omtrent tsestich jaeren Bruijsten
Willemsz tusschen vijftich ende tsestich jaeren ende Gisbert Hugensz omtrent dartich
jaeren ende hebben ter instantien ende gerichtelicken versuecke des erentfesten ende vromen
Claes Pijeck durch vermanisse des gesworen richters mit recht daer toe bedwongen
wesende, mit opgerichte vingeren volstaesz eedtz lyflick an godt ende sijnen helligen
gesworen ende bij den selven oren ede verclaert ende gedeponeert, als dat sij van
Evertz van Doerns wegen voer ende van wegen Gisbertz van Doern nae ende nu van
wegen des opgemelten Claes Pijeck den Waelstroem gans ende geheell van den gerichte
van Nijewaell an wes tot den Braeckelschen gerichte ende diepen toe rustelick ende
vredelick gevyscht ende gebruyck hebben sonder dat hem luijden tot eenyger tijt tot desen
daeghe toe van ymantz ennige versparronge behynderonge ofte becroen? daer inne
geschiet ..... etc ....
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4931 (nr. 1554/30)
49 ) 10-07-1518. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Extract
Anno achtthien mensis julij die decima

Nae aenspraeck ende tichte des heren ter eenre, ende verantwoerden Lenaert
van Venlo ter andere sijden, nae konde, getuijghen ende waerheijt
die scepenenen daer aff gesien ende gehoirt hebben, soe wijesen die scepenen
dat Lenart van Venlo aen den handel die hij bedreven heeft, ge-
brueckt heeft vijffendetwintich pont ende daer toe twee iaeren lanck vuijter
stadt van Zaltboemel ende vuijt Boemelre- ende Tyelreweerden te blijven
ende indien hij gheen macht en heeft die vijffendetwentich pont tho
gheven, soe sal hij op sonnendach den achthienden dach in Julio
voir die processie gaen in linnen cleeder blootz hofts in sijn
hant hebbende een waskarse van eenen halffen ponde, en als die
processie weder in die kercke comen sal sijn, soe sal hij gaen staen
voir tsielmisse altaer ende seggen overluijdt, Ick bid allen goeden luij-
den dat sij mij vergeven willen om goidtzwillen dat ick hem misdaen
hebbe, ende nochtans twee iaer vuijter stadt van Zaltboemell ende vuijt
Boemelre ende Tyelreweerden te blijven, ende sal die waskarse alsdan
offeren op Sunte Anthonis altair ende voirder ter onschult, ter tijt
ende wijlen toe etc. ende dese onschult is verdragen. Actum ut supra.
Afschrift door A de Bije (in 1557)
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
50 ) 11-09-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Extract uit het signaat, aanwezig waren alle schepenen (ongenoemd) behalve G. Schoeck waarvoor Gielisz en Maesz gemachtigd waren.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Den ielfften septembris anno etc. soevenendevijftich presentibus omni-
bus dempto G. Schoeck cuius potestas erat penes Gielisz
Maesz

Soe die scholt in stadt des heren als aenlegger op ende tegens Frederick Cor-
nelisz, ende die selve Frederick als verweerder, den scepenen ten beijden
deelen aen een vondenisse doen vermaenen, nae dem die selve voirsz.
Frederick tweemaell bijden scherpenmr. geeaxamineert, ende nu gheen-
der daet culpabell befonden, off die heer den voirsz. Frederick re-
laxeren, ofte vermogen s’heren tichte aen lijf ende goet straffen sall,
wijesen die scepenen nae alles dat hun, soe schijnbaerlicken als anders,
voirgecomen is, datmen den voirgeruerten Frederick sijnre custodie
ende gevenckenisse relaxeren sall, mitsdien dat die hier hem aender
kaeken binnen Boemell sall gesselen laten, ende daer en teijnden
uijtten Ampte van Boemell, Tyelre ende Boemelreweerdt op ver-
buertenisse van lijf ende goet bannen, ...
... etc ...
Afschrift door A de Bije
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
51 ) 05-08-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Extract uit het signaat, aanwezig waren alle schepenen (ongenoemd).
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Den vijften augusti anno etc soevenendevijftich presentibus omnibus

Soe die scholt in stadt Co. Ma. als hartoge van Gelre etc. aenden
scepenen een vondenisse versueckt ende bedingt, nae dem Frederick Cor-
nelisz alhier behaeft mitten scherpenmeister geeaxamineert weere, ende
nyet bekent noch geleden hadde, of hij in stadt als voirsz. schul-
dich sal wesen den selven Frederick to relaxeren, ofte achterfolgende
die gemeijne fame ende vorige kundtschappen, aen sijn lijf ende goet
tho straffen ... etc ....
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
52 ) 03-07-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Extract uit het signaat, aanwezig waren schepenen Morinck, Gier, Pieck, Oever, G. Schoeck, Wijnricksz en Maesz (gemachtigd door Gielisz).
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Den dorden Julij anno LVII presentibus Morinck, Gier, Pieck
Oever, G. Schoeck, Wijnricksz, Maesz cum potestate Gielisz

Nae tichte des heren aen ende over Frederick Cornelisz gedaen ende verant-
woirdinge Fredericks voirg., voirt achterfolgende die gemeijne fame
zekere getuijgen ende anders den scepenen voircomen is, wijesen die scepenen
dat die heer den voirg. Frederick mitten scherpenmeister sal examineren
ende versuecken laten, om folgents daer in teijnden tho doen ende tho
erkennen als naer recht eijghen ende behoiren sall
Afschrift door A de Bije
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
53 ) 03-07-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Extract uit het signaat, aanwezig waren schepenen Morinck, Gier, Pieck, Oever, G. Schoeck, Wijnricksz en Maesz (gemachtigd door Gielisz).
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Den dorden Julij anno LVII presentibus Morinck, Gier, Pieck
Oever, G. Schoeck, Wijnricksz, Maesz cum potestate Gielisz

Nae tichte des heren op ende over Jacoba Gherits gedaen, ende verantwoirdinge
Jacoba voirsz., soe dan Jacoba voirg. voir ende nae soe wael ongepijnicht
als gepijnicht, ende oick in oire verantwoirdinge zekere malefitia van toe-
verijen geleden ende bekent heeft, ende op woensdach naest verleden ende al noch
allet sulcx ontkent ende durch vreeze van pijnen seet geseet to hebben
wijesen die scepenen dat die heer die voirg. Jacoba nochmaels mitten
scherpen meister versuecken ende examineren sall laten, om folgents naer
rechts behoir te doen ende to geschien laten
Afschrift door A de Bije
NB. dit afschrift lijkt geen betrekking te hebben op dit proces.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
54 ) 11-05-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Copie
Wij Hanrick Morinck ende Dirck de Gier schepenen in Zaltboemel, doen
kundt ende certificeren voir die gerechte waerheijt, dat op huijden dato
onderschreven voir ons erschenen ende gecompareert is in eijghene
personen Michiel Cocx scholt der stadt Zaltboemel ende heeft
ten guetlicken versuecke vanden vrunden ende bloetzverwanten
Fredericx Cornelisz geaffirmeert ende getuijcht. Als dat Hanrick
Philipsz hem toegesacht ende voir hem verclairt heefft dat hij
den doot daer op sterven wolde soe daer onlancx geleden
zekere kelcken uijten Regulieren Convent binnen Zaltboemel
gelegen, genomen ende gestoelen sijn, dat hij Hanrick Philipsz
ende Frederick Cirnelisz voirg. ende nyemant anders sulcke daet
geperpetreert ende gedaen hebben, ... etc .....
...
.... Geschiet ende gedaen den ielfften
dach smaentz maij, anno vijfthienhondert soeven ende
vijftich
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
55 ) 07-05-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Extract uit het signaat, aanwezig waren schepenen Oever en Gielisz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Den sovenden Maij anno etc. soevenendevijftich
presentibus Oever, Gielisz

Frederick Cornelisz heeft den scholt in stadt Co. Ma. etc. als hartoge
van Gelre etc. clachtelicken geclaecht ende to kennen gegeven, dat Han-
rick Philipsz een kelckdief is, ende voirg. Frederick doet sulcx gestandt
biedende ende presenterende den voirg. Hanrick Philipsz sulcx voet to halden
ende mit hem in tho treeden. Voirts den scholt in cracht sijns eedts
sinnende, dat hij den voirg. Hanrick van wegen Co. Ma. etc. als
hartoge van Gelre etc. daer voir aensie ende hem aentaste ende teghens
hem sitte
Afschrift door A de Bije
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
56 ) 22-05-1557. Frerick Cornelisz. te Zaltbommel, Diefstal van kelken uit het regulieren convent aldaar.
Extract uit het signaat, aanwezig waren schepenen Oever en Gielisz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-8-2018.
Den tweeendetwintichs Meij anno etc soevenendevijftich
presentibus Oever, Gielisz

Jan Dircksz Cock genaempt den ronden heeft ongepijnscht geconfes-
seert ende beleden, dat hij den convent van Westeroijen tot anderen tij-
den, soe ten verscheijden reijsen gestoolen ende genomen heeft ongeferlicken
anderhalf malder coirns, ende mede tot verscheijden reijsen omtrent
soeven of acht g. ongeferlicken ende nyet meer, ....
.... etc ...
Afschrift door A de Bije
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4525 (nr. 1557/2)
57 ) 18-01-1534. Dirck Aertss. Winter contra magistraat en gasthuismeesters van Zaltbommel., Schatting.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Extract des signaetz
Johan van Rossem, Derck Auwrijn, Andries Geritsz et Jacop Besienre promiserunt
Dirck Aertsz heijlich geestmeijster schadeloes te halden, van alsullike pennyngen
mitten jaerlicxe rente, hij voer hem luden, van wegen des heijligen geest
werven? sall. Cum condicie, soe wanneer deese vursz. als gedeputeerde van
Boemelreweert leveren ind geven dye stadt van Zaltboemel een quitancie
van oeren pennyngen sij gevende sullen worden inden jaer XXXIIII dye
selve aen oeren handen betalinge kennen, soe sullen sij dese geloeften voersz.
ontheven ind ontslagen sijn, Ende sullen alsdan schepenen burgermeijsteren
den heijlich geestmeijster vrijen ind lossen sonder argelist. Datum
den XVIII januarij aº etc XXXIIII
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4918 (nr. 1549/20)
58 ) 12-02-1549. Dirck Aertss. Winter contra magistraat en gasthuismeesters van Zaltbommel., Schatting.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Wij Dierick die Ghier ind Peter Doncker schepen in Zaltboemell
doin koindt certificyrende vur die gerechte wairheijt dat op huijden datum
van desen vur ons erschenen ind gecompareert is Maes Jansz ind heeft durch
vermanonge des geswoeren richters mit recht dair toe gerequireert sijnde
mit oprecte vingeren volstaefs eedts lyflick bij godt aenden heijligen gesworen
ind getuijcht, woe dat hij deposant inden jair XVc ind XXXVIII der stadt
Zaltboemmel burgermeijster geweest zij ind alsoe betailt heeft Peter
Ingen Huijss tot Venloe twee jair pachten alle jair vijftich Phs. gulden
Peter vurgeruert op die stadt Zaltboemell geldende heeft. Ind hij deposant
noch betailt heeft aenden selvigen Peter Ingen Huijs twee jair pachten alle
jair thyen golden gulden slaende opten heijligen geest ind gasthuijs bynnen
Boemell vermogens quitancy dair van gepasseert welcke vursz. penningen
hem deposant vursz. van schepenen burgermeijster ind raidt der stadt Zalt-
boemell ( om die vursz. jaer renthen daer mede to betailen ) mitgegeven zijn. Und
wantmen dan schuldich is, der wairheijt getuijchnisse to geven, besonder als des
mit recht doichtlick erfordert wordt, soe hebben wij schepenen vursz. tot
eijn oirkonde der wairheijt ind in versueck Dierick Aertsen Wynter onse
segelen op spatium van desen gedruckt opten XII february aº etc. XLIX
NB. kopie door notaris Ghisbertus Roever.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4918 (nr. 1549/20)
59 ) 09-02-1549. Dirck Aertss. Winter contra magistraat en gasthuismeesters van Zaltbommel., Schatting.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Wij Henrick Morinck ind Gerit Gielisz schepen in Saltboemell doen koindt
certificyrende vur die gerechte waerheijt, dat ick Henrick Moerinck op huijden datum
...
... mit opgerecte vingeren volstaefs eedts lyflicken bij godt aenden heijligen
geswoeren hebbe certificyre ind tuijgh dat eijn lange tijt geleden is / ick van Peter
Ingen Huijs will brieven gekreghen heb, ruerende zeeckere k.....enschap, dair mede
dien tijt van zeeckere thijnsen geruert waeren, die Peter vursz. aen die stadt
ten achteren was, ind mij eijns geschreven heefft hij drye thijnsen van den
Gasthuijs ten achteren was ende nemptlick dertich golt gulden ind dat
ick den burgermeijster mitten raidt tkennen geven wie hem dair aff betalen
doen sall etc. Voirt tuijgh ick Henrick Moerinck vursz. dat ick Peter
Ingen Huijss betailt heb doer bevell schepenen opt Raidthuijs int gemeijn
twentich golt gulden van twee thijnsen ind all nae luijdt der quitancy dair
van gelevert etc. Und wantmen dan schuldich is der wairheijt getuijchnisse
to geven in sonderheijt als des mit recht doechtlick versocht wordt, soe hebben
wij Henrick Moerinck ind Gerit Gielisz vursz. tot eijn oirkond der wairheijt
ind in versueck Dierick Aerntsz die Wynter, onse segelen op spatium van
desen ghedruckt. Die superscriptie van loeven wij guet. Gegeven inden jair
ons heren duijsent vijffhondert neghenindveertich den IX dach der
maendt februarij
NB. kopie door notaris Ghisbertus Roever.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4918 (nr. 1549/20)
60 ) 04-11-1538. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Extract
Soe Henrick die Ruijter een vonnis vermaent heft, dat Frans Jansz
scoemaker, ind Aechtken Aelberts dochter bewijsen solden, dat sij erfg. sijn
zellige Aertz van Uutertz Soe dan die veroerdente scepenen genochsaem besceyt
und kuntscappen gesyen ind gehoert hebben. Erkennen ind verclaren zij dat
die vurg. erfg. sijn, ind een goede ind gerechte aenspraeck gedaen hebben
op Henrick die Ruijter als momber sijner huijsfr. Datum den IIII novembris
aº XXXVIII

Soe Henrick die Ruijter vursz. oeck bedinck myt protestacij dat Aechtken
vurg. huer procuracij sall bewijsen dat oer die zaeck gemechticht is als recht is
Soe verclaren die scepenen der vijf bencken vursz., nae verhuer kundt ind
waerheijt, sij daer af gesyen ind gehoert hebben, die procuracij van weerden.
Datum ut supra.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
61 ) 31-03-1544. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Extract des signaets
In alle die saeck soe tussen Henrick die Ruiter, ind Agatha
Alberts dochter Frans Jansz ind Jan Verduijn, sijn gerechtelick op
gesat, wes tot Agatha vursz. wederkomst, ind soe wanneer Agatha weder
komen is, ind oir rechtforderingen gerichtelick eijschende is, ind Henrick
die Ruiter den weet daer van heeft laiten doen, sall alsdan acht
dagen nae dat sij oir rechtforderingen geijst heeft, ind Henrick
die Ruiter den weet heeft laiten doen, alle dese zaecken vermue-
gens dem signaet, oiren vortganck als recht wijsen sall gewynnen
gelijck als op datum van desen gedaen ind gegaen solde sijn. Voir-
beheltelick dat Agatha niet langer wuyt bliven en sall dan
Pinxteren naestkomende, soe dat alle dese zaicken voer pinxteren
dach naestkomende ten entschap gebracht sullen sijn. Und of
Henrick die Ruiter dan ter tijt wuijt were als Agatha oir
recht eijschende is, ind men hem niet bekomen kunde, soe
sall alsdan Henrick die Ruiter in vier ofte vijf dagen niet
begrepen sijn. Datum den lesten dach der maent marty aº etc. XLIIII
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
62 ) 17-01-1540. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Wij Jacop Roelof Jansz ind Roelof die Raet Henricksz schepenen der
stat Zaltboemel tugen dat voir ons komen is Jan die Koemen ind
heeft durch vermanisse des gesworen richter mit recht daer toe
gedrongen wesende mit opgerecte vyngeren gestaefs eetz aenden heyligen
gesworen ind gecertificeert in alle manieren gelijck Evert van
Doern ind Wylhem Huychmansz in desen principalen bryef voir
hen gecertificeert hebben. Geschiet den XVII dach janu-
ary aº etc. XL
N.B. dit extract staat onder het extract van 11-1-1540.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
63 ) 15-07-1545. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Extract des signaets
Schepenen Jacop Roelofs Jansz ind Moliart qd Agatha Alberts
dochter heeft gegiet ind bekant dat sij waell vernuecht ind
betaelt is van Henrick die Ruiter nemptelick die summe van IIc
daler dat oer vanden schepenen der stat Zaltboemel toe gekant sijn
vermuegens der verclaringe daer op gepasseert ind bedanckt
des halfen goeder betaelinge. Datum den XV july aº XLV
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
64 ) 04-11-1538. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Extract des signaets
Item eodem die hebben Frans ind Agatha vorden verordente schepenen
vursz. gestaefs eedts durch vermanisse des amptmans Herberen van Vuern
in presencia Henrick die Ruiter ten heyligen gesworen nae vermogen
der vursz. verclaringe ind dat vondenisse des halfen voldaen
Datum den IIII novembris aº XXXVIII
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
65 ) 11-01-1540. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-8-2018.
Extract des signaets
Wij Jacop Roelof Jansz ind Roelof die Raet Henricksz schepenen der stat
Zaltboemel doen kundt allen luijden ....
...
voir ons gekomen sijn Evert van Duern ind Wylhem Huychmansz
in oiren eygen properen personen ind hebben durch vermanisse des gesworen
richters ....
...
.... als dat sij to voeren eer die vijff bencken
tussen den erentvesten ind vromen Henrick die Ruiter amptman etc ind
Agatha Alberts dochter erkant hebben tot Jan die Koemens in die
herberge geweest ind gebeden sijn om Henrick die Ruiter ind
Agatha to verlycken ind dat sij aldaer Agatha opden dach hebben
hoeren seggen dat doe Geert Loefs oer dat hantschryft
mitten notarius bryef daer Agatha aen Henrick die Ruiter
mede vorderen solde, over gaff doe to voeren sacht, tegen
Agatha op die brieff betaelt weer Ind dat Geert Loefs oer anders
oeck den notarius brief mitten hantschryft niet verhantreycken
of over geven wolde, Agatha en most oer erst geloven datse
korten solde aender sommen dat daer op betaelt were Ind wantmen
dan schuldich is van allen rechtverdigen zaeck die waerheit
getugenisse to geven bysunder alsmen des duechtelick ver-
socht wordt soe hebben wij schepenen vursz. durch versueck des
erentvesten ind fromen Henrick die Ruiter amptman etc vursz.
des to oirkonde der waerheit onse zegelen aen desen openen tegen-
wordighen bryef gehangen Gegeven int jaer ons heren duij-
sent vijfhondert ind vertich den XI dach january
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
66 ) 19-03-1545. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Extract des signaets
Soe Achtgen Alberts dochter oyren wuytslach op Henrick die Ruiter
eyschende is vermoegens oire coip ind insettinge brieven sij vermeynt to hebben
die welcke Henrick die Ruiter vermeynt to schutten ind to wederleggen, dair op
allenthalven schijn ind bewijs vertoent ind ver..... worden is, mit
langwilige reden ind weder reden dair van gehalden, Soe dan? sich id verwynt?
tem? beijden? dielen? beijde parthijen versuimenisse? ind duysternisse gefonden
wordt, durch verloept langwilicheit des tijts, soe van gelt onder
schepenen to leggen ind weder geeyst mach sijn Ind vander gerichte
licken weet te doen woe die dingen? mennichfuldigen ten beijden sijden
beijder parthijen vurg. geschiet ind gefallen mogen sijn. Verclaren
der halffen die schepenen der stat Zaltboemel nae kundt ind wairheijt schijn ind
bescheit die schepenen vurg. dair af gesien ind gehort hebben, dat Henrick die
Ruiter vurg. schuldich ind gehalden sall sijn tussen dit ind den heyligen paesdach
naestkomende, die vurg. Aechtgen to geven ind to betalen Ic Jochemdalers, off die
gerichte werde dair voir in ander goede payment, ....
... etc ....
.... Datum den XIX marty aº etc. XLV
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
67 ) 04-11-1538. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Extract des signaets
Soe twyst ind gescheel geweest is tussen Henrick die Ruter aen een, ind Wolter
Daemsz zelliger Frans Jansz ind Agatha Alberts dochter als erfg. Art
van Utrecht aen d’ander sijde, ind die vurg. Henrick die Ruiter Frans Jansz
ind Aechtgen Alberts dochter ten beijden zijden oir saick verbleven aenden ver-
ordente schepenen der vijff bencken beloeft ind sich daer af betuijcht gegeven
nae to gaen, ind to voltrecken wes wie die dair inne erkennen ind verclaren
End soemen dan befynt dat M. Michiel canoninck tot Gorchem inder
certificatien der stath van Gorchem die Henrick die Ruiter vursz. vurtgebracht
ind ingelacht heeft secht ind getuijcht als dat Art van Utrecht op sijnen
doit bedde gesacht ind verclairt hadde vuer hem als testementuer ind M.
Jan Robben als notarius, dat he ten afteren was aen joffer Kox van
Oppijnen die summe van tachtentich golde g. sonder meer dair aen ten
afteren te wesen, ....
... etc ...
.... Soe verclaren die verordente schepenen der vijff
bencken vursz. dat Henrick die Ruter vursz. betaelen sall tussen dit ind
Bauwenis naestkomende den vurg. als erffg. van Art van Utrecht
.... etc ...
.... Dys
alles to oirkonde der wairheijt der stat Zaltboemel secreet
segell hier onderen op spatium van desen doen ...
.... Geschiet ind gegeven int jair ons heren duijsent
vijfhondert ind XXXVIII den IIII-den dach novembris
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
68 ) 08-03-1544. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Extract des signaets
Henrick dye Ruijter heeft laten vallen, alsulliken aenspraeck
hij op Aechtken Aelbertz dochter van wegen sijns selfs op hoer gedaen
heeft. Gescyet voer schepen Roelf die Raet Jansz, Henrick dye
Groet ind Derck dye Wynter. Datum den VIII dach der maent
marty aº etc. XLIIII
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
69 ) 05-03-1544. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Extract des signaets
Aechtken Aelbertz dochter cum tutore heeft geloeft voer schepenen Jacop Roelf Jacopsz
ind Andries Geritsz sych betuijcht gegeven dat sij dye onkosten dye bijden schepenen
deser tijt ind op deser saecken vanden lesten vondenisse tusschen oer ind Henrick
dye Ruijter gegaen verdaen worden betalen sall XIIII dagen nae dat vondenisse
gewesen sall sijn, bij alsoe dat sij inden onrechten bevonden worden. Ingefall
dat sij ter wuijtdrachten in dye onkosten gewesen worden, ind op den
vurg. termijn dach nyet betaelden, soe sall sij daer en teijndens van allen oeren
recht ind toeseggen sij ennichsins hadt op Henrick die Ruijter sprekende
verfallen ind versteken wesen. Datum den V marty aº etc. XLIIII

Ingeliken heeft Henrick die Ruijter voer den semtliken schepenen der vijf
bencken teser tijt tegenwoerdich sych betuijcht gegeven, dat hij dye onkosten
betalen sall in dem hij inden onrechten befonden wordt. Datum ut supra.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
70 ) 01-03-1544. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Extract des signaets
Tycht die heer Agatha Aelbertz datse vermuegens drye getuijgen
onduechtlick ind valsch gesworen heeft, ind soe veer men oer sulcx overgaen
kan salse gebrueckt lijf ind goet, of soe vuell dye schepenen wijsen voer recht etc.
Noch datse wetende myt betaelde hantscriften ind brieven gevordert
ind gesproken heeft, soe veer men oer des overgaen kan, salse ingeliken
gebrueckt hebben oer lijef ind goet of soe vuell die schepenen wijsen voer
recht datse etc. Gescyet voer schepenen Roelf die Raet Jansz ind
Henrick die Groet, den irsten dach der maent marty aº etc. XLIIII
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
71 ) 19-01-1544. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Extract des signaets
Henrick dye Ruijter claecht op ind over Aechtken Aelberts dochter, of woe sij myt
recht genoempt, dat sij eertijts een vonnis op Henrick dye Ruijter erlanckt
ruerende seker schulden van Aert van Utrecht welck vonnis voerbrenckt
dat Aechtken sweren sulde dat sij nyet wyst of heeft hoeren seggen, dat op dye
schulden betaelt weer. Soe dan sij sulcx gesworen, seet hij hoer myt goeder
wyttaftige kuntschappen, bewijsen ind overgaen sall, datse der halven onwaerrach-
tich ind onduechtelick gesworen heeft, ind den vonnis myt sulliken ontemeliken
sweren voltogen, dat idt vonnis myt allen copen ind rechtforderingh daer
wuijt geresen der halven casseert ind doet ind to nyet sijn sall, ind gans geen
effect sorteren of stadt grijpen, ind date schuldich sijn sall, alsullike pennyngen
als sij overmytz deen vonnisse gebuert heeft ende of noch meijnt tho bueren tho
verlaten ind myt allen onkosten daer op gegaen to restitueren, of sij sall hem
daer aen gescaijt hebben V c g. g. van gewicht, of soe vuell dye
schepenen wijsen vuer recht dat sij hem daer aen gescaijt sall hebben
Gescyet voer schepenen Henrick dye Groet ind Jan Wautersz den
XIX dach der maent januarij aº etc. XLIIII
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
72 ) 11-12-1546. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Wij Henrick die Groet ind Arnt die Bije schepenen der stadt Zaltboemel doen kundt
ind kentliken allen die desen onsen openen brief van certificacien sullen syen of
hoeren lesen ....
.... voer ons gekomen ind gecompareert is Sophia nagelaten wedue Goert van
Vlodorp in oer eijgen properen persoen ind heeft durch vermanisse des gesworen richters
...
... als dat hoer deposant vurg. kentliken ind wael indechtich is, dat der
amptman Henrick die Ruijter Aechtken Aelbertz dochter gefenckeliken aengegrepen
ind inder Bosch poert gefenckeliken gehadt heeft, ind als sij Aechtken vurg. aldaer
ongefeerliken enen dach of twee gefenckeliken geseten hadt, soe heeft der amptman die
vurg. Aechtken duer bede van vele vrauwen wuijt der Bosch poert halen laten, ind
gefenckeliken in hoeren huijsse ingebracht, ind weder aen cluijster ind block sluijten laten
ind aldaer in huijsse wes op den viertyenden dach gefangen sytten blijven, wandt opten
vyertyenden dach was Claes die sloetmaker komen, ind heeft Aechtken vurg. losgemaeckt
ind gaen laten, mer nyet wuijt beveell des amptmans vurg. nyet tegenstaende
dat sij Aechtken vursz. dagelicx aen enen yderen wen sij syende werdt om recht roepende
was .....
...
.... hondert ses ind veertich den elften dach der maent decembris
Met 2 opgedrukte zegels.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
73 ) 20-07-1545. Aechtken Aelbertss. contra de ambtman van Bommel enz., Executie.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Wij Dirck de Ghijer ind Roelf Moliaert schepenen in Zaltboemell tuijgen dat voer
ons komen is Claes Goessensz sloetmaker onsen myt burger, ind heeft gegyet
ind bekandt ....
...
... als dat een tijt geleden is, dat dye drye gerichtz boden der stadt Zaltboemell
bij hem komen sijn, ind hebben hem beveell gedaen vander stadt wegen, dat hij
Aechtken Aelbertz dochter dye inden huijsse van Goert van Vloderps gefenckeliken
sadt gesloten, los maken suldt. Daer op Claes vursz. geantwoert heeft seggende
dat hij tselft nyet waell doen durft, soe idt des heren zaeck were, ind woldt
myt den heren nyet tdoen hebben. Daer op dye gerichtz boden der stadt vursz. hem
op sijn burgerschapp geboden hebben, sulcx tdoen, ...
...
... gegeven inden jaer ons heren duijsent vijf hondert vijf ind veertich den
twentichsten dach der maent julij
Met het restant van 1 opgedrukte zegel.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4911 (nr. 1547/10)
74 ) 08-06-1550. Die van Driel contra die van Rossum, Hurwenen en Heerewaarden., Schatpenningen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Wij Hanrick die Groot ende Roelof Moliart schepen in Zaltboemell doen kundt
ende openbaer allen ende eenen iegelicken die desen onssen tegenwordigen
brieff sullen sien ofte hoeren lesen dat op huijden datum van desen
voer ons in haeren eijghenen properen persoenen erschenen ende gecom-
pareert sijn heer Guert Verheijen prior des convents van den Regulie-
ren bynnen Zaltboemell in naem ende van wegen des selvigen convents
heer Jan die Roij pater des convents van den nonnen bynnen Boemell
in naem ende van wegen des selvigen convents der nonnen voirsz, heer Roelof
Jansz in naem ende van wegen der susteren van Sinte Agnieten cloester
bynnen Boemell, heer Ghisbert die Rover ende meister Peter Moliart
in naem ende van wegen des gemeijne capittels van Sinte Mertens kercke
bynnen Boemell, Dirck de Gier ende Johan Gorisz als gasthuijsmeeste-
ren des gasthuijs bynnen Boemell, in naem ende van wegen des selvigen
gasthuijs, Ott Pieck, Dirck de Gier, heer Jan Hack, Elys die
Raet, Peter Doncker, Jacop Roelof Jacopsz, Rob van Huesden, Jan
Loijensz, Dirck van Wageningen, Aelbert Lotthumsz, Rutger van Die-
den, Hanrick Morinck, Willem van Deijll, Reijmbout Reijmboutsz, En-
gell weduwe Arnt Dirck Wemmersz, Bessel Jan Hagestauts dochter
als mitgeerfden in ennige der drien derpen Rossem, Herwaerden
ende Hoerwijnen, ende hebben aengaende die twystige saicke tuschen
den derpe van Driell eensdeels, ende den drien derpen voirg. ander-
deels ongedecideert hangende, wettelick mechtich gemaickt ende in hoeren
steden gestelt, ende vermits desen constitueren ende in haeren steden stellen
meister Johan van Rossem ende meister Jacop van Moers, omme van
huerent wegen ende in der naem van hem luijden ( voer alsoe voell
voirgeruerte saicke hem luijden aentreffen mach ) tegens den van Driell
tho Arnhem te compareren, hueren eijsch aen tho hoeren, ofte in
schrijft tho nemen, daer op te antworden ende tegens te opponeren, ende
voert allet te doene het sij mitter minnen off mitten recht, dat sij
constituanten voirg. ( beruerende voirgeruerte saicke ) aldaer selve present ende
voer oghen wesende doen soude moegen ende ennichsyns te doen solden
hebben, Ende sij constituanten voirscr. geloefden voer goet, bundich
gestentich ende van werden tho halden allet ghene bij den voirg.
volmechtichden in voirg. saicken ( soe voell die huerluijden construeren
kan ) gedaen, gehanteert ende voertgeheert sall worden, sonder daer
tegens te doen ofte doen doen in enniger manieren Allet sonder arch
ofte list Oirkonde der waerheijt des voirg. steet soe hebben wij
schepenen voirscr. onse segelen onder op spatium van desen gedruckt
geschiet den achsten dach junij aº etc. vijftich
Zegels af.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4926 (nr. 1550/34)
75 ) 03-07-1547. Lodewijck Geerlachss. contra Andries Gerritss., Tolambt te Zaltbommel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Wij Henrick die Groet ind Aert dye Bije schepenen in Zaltboemel tuijgen dat
Lodowijch Geerlichsz in tegenwoerdicheijt van ons, Andries Geritsz afgeeijscht
heeft alsulliken duplyeck vermuegens dye beteijkeninghe des grifiers
op den replyeck ind beveels des cancellers, durch den vuerweerder gescyet,
daer op Andries Geritsz vursz. ter antwoert gegeven heeft, seggende dat
hij hem hadt doen verhantreijken enen besloten bryef, haldende aen stadthelder
canceller ind rheden, etc, daer ynne hij sijn meijnonghe gescr. Des Lodowijch vursz.
weder om gesacht, ind weder geeijscht heeft, den duplyeck op sijnen replyeck
in maten als vursz. myt seggende, dat hij Andries vursz. seggen suldt of hij des
doen wuldt of nyet. Daer op Andries vursz. geantwoert heeft seggende, dat en
segh ick nyet, dan gesacht, dat hij verhoepten dat hij hem genoch gedaen
hadt myt der missiven aen hem doen behanden in maten als vursz. ind heeft
hem gepresenteert een copij wuijt der besloten missive. Dyt allet toerc. der
waerheijt des vursz. steet Soe hebben wij schepenen vursz. onse zegelen opt spacium
van desen brief gedruckt. Geschyet inden jaer ons heren duijsent vijf
hondert seven ind veertich den dorden dach der maent julij
Zie ook op 01-08-1540.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4912 (nr. 1547/33)
76 ) 01-08-1540. Lodewijck Geerlachss. contra Andries Gerritss., Tolambt te Zaltbommel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 6-8-2018.
Wij Jacop Roellf Jansz ind Roelf die Raet Henricksz schepenen der stadt van Zaltboemell doen
kundt allen luden die desen onsen openen brief van certificacien sullen syen of hoeren lesen cer-
tificerende voer die gerechte waerheijt als dat op huden datum des selven briefs voer ons geko-
men sin Adriaen Feij, Jacop Roelf Jacopsz ind Matheus Jansz onse mede raets frunden in
oeren eijgenen properen persoenen ind hebben durch vermanisse des gesworen richters myt recht
daer toe gedrongen wesende, bij oeren Ede sij onsen gen. l. heren ind der stadt van Zaltboemelll ge-
daen hebben gecertificeert gelieck hier na bescreven steet als dat een tijt geleden is dat sij Lodowich
Geerlichsz aengedragen hebben ( cranck liggende in siin bedde ) van wegen den heren van Broeckhuijsen
als een raet ons gen. l. heren, woe dat den heren van Broeckhuijsen vursz. durch oer luijden den vurg.
Lodowich Geerlichsz van wegen ons gen. l. heren weten lijet, dat hij sin handt vanden toll trecken
soldt, ind maken sin rekenschapp, ind in dem dat onssen gen. l. heren van den geroerten Lodo-
wich aen queem dat hij dat oplecht ind betaelden Ingefall dat sich oeck begeef, dat Lodowich aen
onssen gen. l. heren ten achteren weer woldt alsdan sijn f. g. hem opleggen ind betalen. Waer op
Lodowich doe ter tijt ter antwoert gegeven heeft, seggende dat hij verhoepten, datmen hem bij
siner verscrivongh halden soldt. Voert soe tuijchen Adriaen Feij ind Jacop Roelf Jacopsz vursz.
als dat Lodowich Geerlichsz vurg. onlancx leden bij oer komen is, ind guetliken gebeden
dat sij inden name van hem, wolden gaen bijden heer van Broeckhuijsen, hem to seggen
ind aen to langen of hij hem enen dach beteykenen woldt, om sin rekenschapp tdoen, na ver-
melden het recess van Arnhem, het selfte Adriaen Feij ind Jacop Roelfsz vursz. ter guetliken
beden Lodowichs vursz. gedaen hebben, ind in der gestalt, woe voer verhaelt, den heren van Broeckhuijsen
voergedragen, daer op den heer van Broeckhuijsen ter antwoert gegeven heeft seggende dat hij
tot Tyell riden most, ind woldt sich binnen een dach vier ofte vijf wederom binnen Boemell
fuegen, ind alsdan woldt hij hem enen dach aenteykenen. Daer op Lodowich vurg. antwoerden ind
sacht, ghij muecht wijder verriden. Des den heer van Broeckhuijsen weder om to rugge geantwoert
heeft seggende, Ick en sall nyet verriden, Ick en sall irst weder bynnen Boemell komen. Ende want-
men dan sculdich is van allen rechtferdigen zaecken der waerheijt getuijchnisse to geven bij-
sonder alsmen des duechtliken versocht wort, soe hebben wij schepenen vursz. durch versueck
Lodowich Geerlichsz, des toerc. der waerheijt onse zegelen ....... van desen
.......druck. Geschiet ind gegeven inden jaer ons ...... .... hondert ind veertich
.......den dach der maent augusti
Met 2 opgedrukte zegels, die over de onderste tekst heenliggen.
Daardoor is de exacte datum (nog) niet bekend.
Zie ook op 03-07-1547.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4912 (nr. 1547/33)
77 ) 27-08-1550. Akte waarbij Roloff Moliaert en Jan Gorisz., schepenen te Zaltboemel, oorkonden, dat Jan de Raet Ottensz. overgedragen heeft aan Aerndt die Bye, ten behoeve van de H. Sacramentsbroederschap, een tijns van vier carolusguldens en vijf stuivers per jaar gaande uit zeven hont land in het gericht van Zaltboemel opte Vercht.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 22-7-2018.
NB: De zegels van de oorkonders zijn verloren gegaan.
Datering: Gegeven int jaer ons Heren duysent vijffhondert vijftich den soevenentwintichsten Augusti.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 575, regest 169
78 ) 01-12-1380. Schepenen: Rutgherus de Dyechden et Egho Gerardi
Ingevoerd of laatste wijziging op: 22-7-2018.
Universis presencia visuris Nos Rutgherus de Dyechden et Egho Gerardi scabini in Zautbomell
notum facimus protestantes quod veniens coram nobis Arnoldus Glummer Petri vendidit et optu-
lit pro centum florenis aureis bonis et legalibus eidem ut fatebatur persolutis dimidietatum campi terre
site in jurisdictione de Zautbomell in loco dicto Lo inter Goeswino Glummer et Eghonem de
Francia ab uno latere et dominum Gherardum Maleghijs presbyterum ab alio latere Johanni Crolle juniori
filio Heijnrici Crols in allodio sine censu et aggere hereditarie possidendam Et Arnoldus Glum-
mer predictus dicte dimidietati campi terre renunciavit promittens facere renunciare omnes qui dicte
dimidietati campi terre de jure renunciare tenentur promittens eciam warandiam facere Johanni
Crolle predicto super dictam dimidietati campi terre per annum et diem ut juris est adversus omnes juri
comparere volentes Et deponere omne plegium quod voirplicht dicitur de eadem Tali addita condicione
quod si Fija uxore dicti Johannis Crols sine prole legitima superstite ma..ent....? decesserit et moriatur?
extunc dictam dimidietas campi terre ad dominum Arnoldum Glummer et ad suos u..os heredes
pleno jure devoluent Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini Mº CCCº octuagesimo
quinto prima die mensis decembris

Marge links:
In die Loe
Enen halven
camp
Transfix.
Aanhangend: 16-10-1390
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 51v / s. 79)
79 ) 18-08-1551. Akte van overdracht van een verwinbrief op een huis in de Kerkstraat te Zaltbommel aan Dirck van Malburch, afkomstig van Elys Jansz., 1551. Met stukken betreffende het verwin, 1551. 5 charters, waarvan 4 getransfigeerd
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-7-2018.
Wij Ariaen van Oever ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is Goessen
Gorissen ende heeft vercoeft ende opgedragen ...
die brieven daer desen tegenwoirdigen brief duersteken is ...
... Dirck van Malburch erffelicken te besitten ....
jaer ons heren duijsent vijffhondert eenenvijfftich den achtienden dach augusti
Zie ook op 19-6-1551.
Transfix.
Hangt aan: 11-03-1551
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-4
80 ) 11-03-1551. Akte van overdracht van een verwinbrief op een huis in de Kerkstraat te Zaltbommel aan Dirck van Malburch, afkomstig van Elys Jansz., 1551. Met stukken betreffende het verwin, 1551. 5 charters, waarvan 4 getransfigeerd
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-7-2018.
Wij Dirck de Gier ende Ariaen van Oever schepenen in Zaltboemel tuigen dat voir ons komen is Frederick Verstege ende heeft ver-
coift ende opgedragen .... die brieven daer desen tegenwoirdigen
brief duersteken is ...
.... In den jaer ons heren duijsent vijffhondert eenendevijfftich den elften dach martij
Zie ook op 19-6-1551.
Transfix.
Hangt aan: 10-03-1551
Aanhangend: 18-08-1551
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-3
81 ) 10-03-1551. Akte van overdracht van een verwinbrief op een huis in de Kerkstraat te Zaltbommel aan Dirck van Malburch, afkomstig van Elys Jansz., 1551. Met stukken betreffende het verwin, 1551. 5 charters, waarvan 4 getransfigeerd
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-7-2018.
Wij Dirck de Gier ende Ariaen van Oever schepenen in Zaltboemel tuigen dat wij daer over geweest hebben daer na onsen vonde-
nisse Frederick Verstege na ingehaut sijnre schepenen coip ende gerichts brieve van Zaltboemel, Ingeset is overmits den gesworen
richter der stadt Zaltboemel tot allen recht in huijs ende erve bynnen Boemel in die Kerckstraet ....
... In den jaer ons heren duijsent vijffhondert eenendevijftich den thienden dach martij
Transfix.
Hangt aan: 10-03-1551
Aanhangend: 11-03-1551
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-2
82 ) 10-03-1551. Akte van overdracht van een verwinbrief op een huis in de Kerkstraat te Zaltbommel aan Dirck van Malburch, afkomstig van Elys Jansz., 1551. Met stukken betreffende het verwin, 1551. 5 charters, waarvan 4 getransfigeerd
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-7-2018.
Wij Ariaen van Oever ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is die gesworen bode der stadt
Zaltboemel ende heeft gegiet dat hij gemaent heeft van wegen Goessen Gorissen Elijs Jansz als besitter van huijs ende erve
bynnen Boemel in die Kerckstraet tuschen Jan Gorisz ten noirden ende ter ander sijden Agnes weduwe Dijonis Luijlofsz
..... etc ...
.... Daer na tuijgen wij dat wij daer over geweest hebben
daer Goessen Gorisz voirsz. gericht is overmits den gesworen richter tot allen recht in huijs ende erve voirsz. .... etc .... Dit geschieden in den
jaer ons heren duisent vijff hondert eenenvijftichs den twijntichsten dach januarij {20-1-1551}. Daer na tuijgen wij Dirck de Gier ende
Ariaen van Oever schepenen in Zaltboemel dat voir ons komen is die gesworen bode voirsz. ende heeft gegiet dat hij verboden
heeft als recht is drie sonnendage ter rechter misse tijt inder kercken van Zaltboemel huijs ende erve voirsz. dat dat te
vercopen weer .... Frederick Verstege voir
den thijns ende pene voirsz. te hebben ende te besitten ....
... etc ...
.... In oirkonde onser letteren gegeven In den jaer ons heren duijsent vijffhondert een ende
vijfftich den thienden dach martij
Transfix.
Hangt aan: 20-01-1551
Aanhangend: 10-03-1551
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-1
83 ) 20-01-1551. Akte van overdracht van een verwinbrief op een huis in de Kerkstraat te Zaltbommel aan Dirck van Malburch, afkomstig van Elys Jansz., 1551. Met stukken betreffende het verwin, 1551. 5 charters, waarvan 4 getransfigeerd
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-7-2018.
Wij Ariaen van Oever ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is die gesworen bode der stadt
Zaltboemel ende heeft gegiet dat hij gemaent heeft van wegen Goessen Gorissen Elijs Jansz als besitter van huijs ende erve
bynnen Boemel in die Kerckstraet tuschen Jan Gorisz ten noirden ende ter ander sijden Agnes weduwe Dijonis Luijlofsz
..... etc ...
.... Daer na tuijgen wij dat wij daer over geweest hebben
daer Goessen Gorisz voirsz. gericht is overmits den gesworen richter tot allen recht in huijs ende erve voirsz. .... etc .... Dit geschieden in den
jaer ons heren duisent vijff hondert eenenvijftichs den twijntichsten dach januarij {20-1-1551}. Daer na tuijgen wij Dirck de Gier ende
Ariaen van Oever schepenen in Zaltboemel dat voir ons komen is die gesworen bode voirsz. ende heeft gegiet dat hij verboden
heeft als recht is drie sonnendage ter rechter misse tijt inder kercken van Zaltboemel huijs ende erve voirsz. dat dat te
vercopen weer .... Frederick Verstege voir
den thijns ende pene voirsz. te hebben ende te besitten ....
... etc ...
.... In oirkonde onser letteren gegeven In den jaer ons heren duijsent vijffhondert een ende
vijfftich den thienden dach martij
Transfix.
Aanhangend: 10-03-1551
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-1
84 ) 19-06-1551. Schepenen: Roeloff Moliart en Ghisbert Wijnricksz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-7-2018.
Wij Roeloff Moliart ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir
ons komen is die gesworen bode der stadt Zaltboemel ende heeft gegiet dat hij van
wegen Goessen Gorisz Elias Jansz den weet gedaen ende den aenfanck verboden
heeft van huijs ende erve bynnen Boemel in die Kerckstraet gelegen tuschen Jan
Gorisz ten noirden ende ter andere sijden Agnes weduwe Dijonijs Luijlofsz streckende
mit den enen eijnde op die straet voirsz. ten oesten Allet na wijderen inhalt, des
voirg. Goesen Gorisz coip ende insettings brieven van Zaltboemel hij op huijs ende
erve voirsz. sprekende heeft. In oirkonde onser letteren gegeven int jaer ons heren duij-
sent vijffhondert eenendevijftich den negenthienden dach smaents Junij
A. d. Bije
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-5
85 ) 28-03-1527. Schepenen: Naydo Roelofsz en Elbert Geritsz.
{Afschrift van } 19-01-1579. Adriaen van Weesd van Reynoy und Dirck Pieck, Schöffen in Zuilichem, beglaubigen und vidimieren ein von Naydo Roeloffsß und Elbert Geritsß, Schöffen zu Zaltbommel, 1527 März 28 belaubigtes Vidimus einer Rechnungslegung und Erbscheidung des Erbes des † Arnt Pieck van Gameren von 1495 Juli 6 vermittels und zu Gunsten der Frau van Renesse, der Jungfer van Haeften und der Wwe. van Gaell. Siegler: die zwei Schöffen.
Ausf., Perg., mit 2 Sgg.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 19-6-2018.
NB. De schepen in Zuilichem heet 'van Beesd van Reynoy'.
Bron: Inventare nichtstaatlicher Archive - Band 51 (Die Urkunden des Archivs von Schloss Frens) - Pag. 105.
Bron: Overigen
86 ) 29-05-1539. Akte waarbij Roelff die Raet Henricksz. en Aert Scoeck, schepenen te Zaltboemell, oorkonden, dat Hylliken, weduwe van Hubert Jansz., verkocht heeft aan Henrick Claesz. haar huis en erf, gelegen te Zaltboemell in de Maesstraat bij de stadswal.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 29-5-2018.
Wij Roellf die Raet Henricksz ind Aert Scoeck schepenen in Zaltboemell tuijgen dat voer ons komen is
Hylliken nagelaten wedue Hubert Jansz myt oeren gekoren momber ind heeft vercoeft ind opgedragen
..... huijs ind erf soo groot ind kleijn
gelieck als dat bynnen der stadt van Zaltboemell gelegen is in die Maesstraet achter bijder vursz. stadt
wall tuschen Jan die Voecht ther eenre siden then noerden ind ther ander sijden Jacop Jansz then suijden
....
NB: Met de geschonden zegels van de oorkonders in groene was.
Datering: Gegeven int jaer ons Heren duysent vijffhondert negen ind dertich den negen ende twentichsten dach der maent Mey.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 592, regest 128
87 ) 10-05-1511. Drie getransfigeerde akten inzake een erftijns uit een erf aan de Karstraat te Zaltbommel, 1511,1524,1541.

Akte waarbij Petrus Moliart en Wilhelmus Huyghmanni de Hoesden, schepenen te Zautboemel, oorkonden, dat Mathias Cornelli in erftijns overgedragen heeft aan Johannes, zoon van Weltkinus Jacobi, een erf, gelegen in de stad Zautboemel aan de Karstraet.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Dit LIJKT het origineel van:
Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 28v / s. 60)
Maar daarbij zijn de transfixen anders.

NB: Met een fragment van het zegel van de eerste en het geschonden zegel van de tweede oorkonder in groene was.
Datering: Datum anno Domini millesimo quingentesimo undecimo mensis Maii die decima.
Transfix.
Aanhangend: 28-10-1524
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1869, regest 86
88 ) 10-05-1511. Schepenen: Petrus Moliart en Wilhelmus Huijghmanni de Hoesden
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Universis presencia visuris nos Petrus Moliart et Wilhelmus Huijghmanni de Hoesden
scabini in Zautboemell notum facimus protestantes quod veniens coram nobis Mathias Cornelij {et?}
contulit aream sitam in opidi de Zautboemell in platea dictam Karrestraet inter Gerardum
Wilhelmi ab uno latere versus aquilonem et Johenni Thome carpentatorem ab alio latere
versus meridiem extendentis? cum uno fine versus occidentem super hereditatem Rutger Bou-
man et cum alio fine super communem plateam predictam ibidem versus orientem sitam Johanni filio
Weltkini Jacobi in hereditario censu possidendam pro censu octo denariorum dictorum oudt
Philippus Bourgoensche stuvers bonum et legalium singulis annis exinde de jure persolvendem
Et pro censu unius floreni dicti hoerns gulden bonum et legalium aut equivalens pagamentum pro
eo in die invencionis sancte crucis proximo et deinde singulis annis ---- pro censu
unius floreni dicto hoernsgulden sitis? prescriptus est aut pagamento pro eo prout prescriptum est
hereditarij census Mathie Cornelij predicto in die invencionis sancte crucis jure censualis
perpetue persolvendam Quiquidem census predictus si quolibet anno perpetue in dicto solucionis ter-
mino persolutus non fuerit extunc omni septimana deinde sequenti pena dimidij denarij dictum
halff cleyken bonum et legalium censu predicto supercrescet Quam penam una cum censu antedicto Ma-
thias Cornelij predictus recuperare poterit ex area pretacta quum diucius expectare noluerit
Tali adiuncta condicione quod Johannes Weltkini predictus censu unius floreni prescripti dicti
hoernsgulden singulis annis perpetue in dicto solucionis termino redimere seu quito... poterit
quacunque sibi hoc placuerit? in hunc videlicet modum In promis? cum uno floreno sitis? prescriptus
est aut pagamento pro eo prout prescriptum est pro solucione census predicti Et deinde cum duodecim
florens sicut prescripti sunt aut pagamento pro eis prout prescriptum est Mathie Cornelij
predicto pro redempcione seu quitacione? census unius floreni prescripti in die invencionis sancte
crucis persolvendam Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini millesimo quingentesimo
undecimo mensis may die decima

Marge L:
Jan Weltensz
Jan die olyslegher
Par... Willemsz
gelost

Merge R:
Invencio{nes}
Sancte Cru{cis}
acht ph.....
stuver
enen ho....
gulden
Dit LIJKT een afschrift van:
Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1869, regest 86
Maar daarbij zijn de transfixen anders.
Transfix.
Aanhangend: 29-11-1522
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 28v / s. 60)
89 ) 10-04-1548. Akte waarbij Derick de Gier en Roleph Moliairt, schepenen te Zaltboemell, oorkonden, dat Johan Frederixz. van Rossem verkocht heeft aan Derick Cornelisz de brieven d.d. 25 januari 1486, 15 juli 1504 en 25 juli 1542, waardoor deze is gestoken, en hetgeen daarin vermeld is.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Wij Derick de Gier ende Roleph Moliairt schepenn in Zaltboemell tuijgen dat voir ons koemen is
Johan Frederixsz van Rossem ende heeft vercofft ende opgedraigen voir hondert pont gever pennongenn
.... die brieven dair desen tegenwoirdigen brieff durch gesteken is
... Derick Cornelisz erfflick
te besitten ....
.... etc ...
... Inden jair ons herenn duijsent vijffhondert acht ende virttich den tyensten
dach der maent aprilis
NB: De zegels van de oorkonders zijn verloren.
Datering: Gegeven in den jair ons Herenn duysent vijffhondert acht ende virttich den tyensten dach der maent Aprilis.
Transfix.
Hangt aan: 25-07-1542
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1857, regest 159
90 ) 25-07-1542. Akte waarbij Elis die Raedt en Dirck de Ghyer, schepenen te Zaltboemel, oorkonden, dat Elizabeth, weduwe van Ghisbert Petersz., verkocht heeft aan Jan Frericksz. de brieven d.d. 25 januari 1486 en 15 juli 1504, waardoor deze is gestoken, en hetgeen daarin vermeld is.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Wij Elis die Raedt ind Dirck de Ghijer schepen in Zaltboemel tuijgen dat voer ons komen is Elizabeth nagelaten
wedue Ghisbert Petersz mit oeren gecoren momber, ind heft vercocht ind opgedragen voer vijftich pont gever pennyngen
dije sij gieden dat oer betaelt sijn, die brieven daer desen tegenwoerdigen brief duersteken is ....
... Jan Frericksz in eenen eijgendum met thijns twee Aernhems gulden Roelf dije
Raedt Henricksz jaerlicx myt recht daer wuijt tho betalen, erfeliken te besitten. Ende Elizabeth wedue myt oeren gecoren
momber vursz. verteech op die brieven ....
.... etc ...
... Voert soe geloefden Aert Aertsz smyt voer die onmundige kinderen
Ghisbert Ghisbertsz mede the doen vertien soe wanneer als sij tot oeren mundigen dagen ind bequeme jaren gecomen
sijn .... Int jaer ons heren dusent vijf hondert twee ind veertich op sunt Jacops dach ....
NB: Met het zegel van de tweede oorkonder in groene was. Dat van de eerste oorkonder is verloren.
Datering: Gegeven int jaer ons Heren dusent vijfhondert twee ind veertich op Sunt Jacops dach apostell.
Transfix.
Hangt aan: 15-07-1504
Aanhangend: 10-04-1548
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1856, regest 142
91 ) 15-07-1504. Akte waarbij Arnoldus Feye en Jacobus Morinck, schepenen te Zautboemel, oorkonden, dat Henricus Godefridi overgedragen heeft aan Ghysbertus Petri de akte d.d. 25 januari 1486, waardoor deze is gestoken, en hetgeen daarin vermeld is.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Universis presencia visuris Nos Arnoldus Feye et Jacobus Morinck scabini in Zautbomel notum faci-
mus protestantes quod veniens coram nobis Henricus Godefridi vendidit et optulit pro quinquaginta libris
denariorum legalium .... litteram cui hec presens littera est transfixa ...
.... Ghijsberto Petri hereditarie possidendam ....
...etc ...
... Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini millesimo quingentesimo
quarto mensis Julij die decima quinta
NB: Met een fragment van het zegel van de eerste oorkonder in groene was. Dat van de tweede oorkonder is verloren.
Datering: Datum anno Domini millesimo quingentesimo quarto mensis Julii die decima quinta.
Transfix.
Hangt aan: 25-01-1486
Aanhangend: 25-07-1542
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1855, regest 82
92 ) 25-01-1486. Getransfigeerde akten met betrekking tot een erf naast de H. Geesttafel te Zaltbommel, 1486, 1504, 1542, 1548.

Akte waarbij Henricus de Doern en Albertus de Nyewaill, schepenen te (Zautbomell), oorkonden, dat Wilhelmus Moll en Henricus Huberti als provisoren van de St. Sebastiaansbroederschap van die stad aan Henricus Godefridi verkocht hebben een erf, naast de H. Geesttafel aldaar.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Universis presencia visuris Nos Henricus de Doern et Albertus de Nyewael scabini in Zautbomel notum facimus pro-
testantes quod venientes coram nobis Wilhelmus Moll et Henricus Huberti tamquam provisores ..... sancti
Sebastiani opidi Zautbomelense vendiderunt et optulerunt pro viginti libris ...
... inter mensam sancti spiritus opidi predicti ab uno latere versus oriente et Hen..... ....defrido ab alio latere ipso? Hen-
rico Godefridi in allodio ...
...
... Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini millesimo quadringentesimo octagesimo sexto in die conversionis sancti
Pauli apostoli
NB: Met het licht beschadigde zegel van de eerste en een fragment van dat van de tweede oorkonder in groene was. De akte is beschadigd.
Datering: Datum anno Domini millesimo quadringentesimo octuagesimo sexto in die Conversionis Sancti Pauli apostoli.
Transfix.
Aanhangend: 15-07-1504
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1854, regest 72
93 ) 08-04-1398. Akte waarbij Wolterus Scaep en Johannes Wolteri, schepenen te Sautbomel, oorkonden, dat Udo, zoon van Sanderus Molen, overgedragen heeft aan Henricus de Nuwelant Wolterus' zoon de brieven van 8 augustus 1378, 19 april 1384 en 8 januari 1397, waardoor deze gestoken is, en hetgeen daarin is vermeld.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Universis presencia visuris Nos Wolterus Scaep et Johannes Wolteri scabini in Zautbomel notum facimus protestantes
quod veniens coram nobis Udo filius Sanderi Molen vendidit et optulit pro viginti florens aureis bonum et legalium
eidem ut fatebatur persolutis litteras quibus hec presens littera est transfixa .... ....
Henrico de Nuwelant filio Wolteri hereditarie possidendam ...
... etc ...
.... Datum anno domini Mº CCCº nonagesimo octavo octava die mensis
aprilis
NB: Met een fragment van het zegel van de eerste oorkonder in groene was. Het zegel van de tweede oorkonder is verloren.
Datering: Datum anno Domini M° CCC° nonagesimo octavo octava die mensis Aprilis.
Transfix.
Hangt aan: 07-01-1397
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1697, regest 30
94 ) 07-01-1397. Akte waarbij Godefridus de Kessel en Henricus Hyrt, schepenen te Sautbomel, oorkonden, dat Johannes en Sanderus, zoons van Sanderus Moelen, de brieven van 8 augustus 1378 en 19 april 1384, waardoor deze gestoken is, voor hun aandeel hebben overgedragen aan hun broer Udo.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Universis presencia visuris Nos Godefridus de Kessel et Henricus Hyrt scabini in Zautbomel notum
facimus protestantes quod veniens coram nobis Johannes et Sanderus filij Sanderij Moelen vendiderunt
er optulerunt pro centum libris denariorum legalium eisdem ut fatebantur persolutis litteras quibus hec presens littera est
transfixa et omnia earum contentis prout ibidem continentur inquam Johannes et Sanderus predicti in dictis
litteris de iure sunt hereditati Udoni earum fratri hereditarie possidendam ....
... etc ...
.... Datum anno domini Mº CCCº nonagesimo septimo septima die mensis
januarii
NB: De zegels van de oorkonders zijn verloren.
Datering: Datum anno Domini M° CCC° nonagesimo septimo septima die mensis Januarii.
Transfix.
Hangt aan: 19-04-1384
Aanhangend: 08-04-1398
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1696, regest 29
95 ) 19-04-1384. Akte waarbij Johannes Eccrein de Welle en Johannes Moliart Theoderici, schepenen te Sautbomel, oorkonden, dat Gherardus Glumer Arnoldi overgedragen heeft aan Wilhelmus Claer Hermanni de akte van 8 augustus 1378, waardoor deze gestoken is, en hetgeen daarin is vermeld.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 26-4-2018.
Universis presencia visuris Nos Johanne Eccreni de Welle et Johannes Moliart scabini
in Zautbomel notum facimus protestantes quod veniens coram
nobis Gherardus Glummer Arnoldi vendidit et optulit pro centum libris
denariorum legalium eidem ut fatebatur persolutis litteram cui hec presens littera est transfixa ...
.... Wilhelmo Claer Hermanni heredi-
tarie possidendam ....
... etc ...
... Inde Arnoldus Glum-
mer pater dicti Gherardi est fideiussor Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini Mº
CCCº octuagesimoquarto feria tercia post octavas Pasche
NB: De zegels van de oorkonders zijn verloren.
Datering: Datum anno Domini M° CCC° octuagesimo quarto feria tercia post octavas Pasche.
Transfix.
Hangt aan: 08-08-1378
Aanhangend: 07-01-1397
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1695, regest 27
96 ) 08-08-1378. Getransfigeerde akten met betrekking tot een huis en erf te Zaltbommel, 1378,1384,1397-1398.

Akte waarbij Johannes Huberti en Heynricus Molyart, schepenen te Zautbomel, oorkonden, dat Hildewardis, weduwe van Johannes van Ynen, overgedragen heeft aan Gherardus Glumer Arnoldi een huis en erf in genoemde stad.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-4-2018.
Universis presencia visuris Nos Johannes Huberti et Heynricus Molyart scabini in Zautbomel
notum facimus protestantes quod veniens coram nobis Hildewardis relicta Johannis de IJnen cum suo tuto-
re electo vendidit et optulit pro centum libras denariorum legalium eidem ut fatebatur persolutis domum et a-
ream sitis in opido de Zautbomel inter Hildewardem predictam et Henricum Raet? Gherardo
Glummer Arnoldi in allodio sine censu et aggere excepto censu viginti solidorum den. leg. .... ex-
inde solvendam? hereditarie possidendam et Hyldewardis cum suo tutore electo predictam domui et aree
predictis renunciavit ... etc ...
.... Inde Godefridus filius pre-
dictis Hildewardis est fideiussor .... Nostrarum testimonio litterarum Datum
..... Mº CCCº septuag. octavo octava die mensis augusti
NB: De zegels van de oorkonders zijn verloren.
Datering: Datum anno Domini M° CCC° septuagesimo octavo octava die mensis Augusti.
Transfix.
Aanhangend: 19-04-1384
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1694, regest 22
97 ) 01-07-1507. Akte waarbij Huyghmannus Tengnagell en Fredericus van de Poll, schepenen te Zautboemell, oorkonden, dat Lucas Doncker aan Hermannus de Beesde een tijns van vier malder tarwe per jaar, gaande uit zijn huis en erve, gelegen te Zautboemell in de Gasthuysstraet, heeft toegezegd.
Het stuk is gecancelleerd. Op de achterzijde is aangetekend, dat deze rente door de stadsrentmeester Johan Woltersz. ten behoeve van de stad Zaltboemell is afgelost op 5 juli 1548.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 25-4-2018.
Nos Huijghmannus Tengnagell et Fredericus vanden Poll scabini in Zautbomell protestamur quod Lucas Doncker
promisit Hermanno de Beesdt censum quatuor maldrorum tritici opt.... minus dimidio floreno Re... ..... su-
per magua? mensum? ..... dicta vulgariter hoet weits in die nativitatis XPI proximo et deinde .....les
annis? perpetue censum quatutor maldrorum tritici opt.... sicut prescripti sunt ennue in die nativitatis XPI
solvendam et recipiendam ex domo et area sitis in opido de Zautboemell in platea dicta Gasthuijsstraet inter Floren-
cium? Nycolay pistorem ab uno latere versus orientem et Godefridum Storm ab alio latere versus occidentem seu
inter de jure collaterales circumquaque Insuper ex omnibus hereditatibus et bonis ...
... etc ...
.... Tali adiuncta condicione quod Lucas Doncker predictus ... etc ...
.... Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini millesimo quin-
gentesimo septimo en profesto visitacionis beate Marie virginis
NB: De zegels van de oorkonders zijn verloren.
Datering: Datum anno Domini millesimo quingentesimo septimo in profesto Visitacionis Beate Marie virginis.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 600, regest 84
98 ) 24-02-1314. Acte van eigendomsoverdracht ten behoeve van de commandeur van het D.H. (te Hemert ?) van 3 roeden land onder Hemert.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-4-2018.
Universis presencia visuris Petrus dictus Baert et Henricus de Werva scabini in Zautbomel
veritatis notitiam cum salute veniens coram nobis Arnoldus filius Glummer?? De...alsor vendidit
et optulit pro viginti libris denariorum legalium eidem ut fatebatur persolutis, tres virgatas
terre sitas in jurisdictione de Hemert arabiles inter terram Philippi de Hemert et terram Jacobi
de Teutonica domo s.... ..... Jacobo de Teutonica domo in usus? allodio hereditarie possidendam
et Arnoldus predictus huiusmodi terre effestucando renunciavit, promittens facere renunciare omnes qui de jure
tenentur renunciare terre prelibate promittens nichilominus warandiam facere Jacobo prefato
super hereditate memorata per annum et diem ut juris est coram omnibus volentibus juri comparere
et deponere omne plegium quod voreplicht dicitur de eadem. Inde est fideiussor Arnoldus Hac
Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini Mº CCCº quartodecimo in die beati Mathie apostoli
Met het zegel van Baert.
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 2852-0.1
99 ) 26-02-1405. Schepenen: Ghiselbertus Hack en Goeswinus de Werva
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-3-2018.
      Transfixa supra predicta
Universis presencia visuris nos Ghiselbertus Hack et Goeswinus de Werva scabini in Zaut-
boemell notum facimus protestantes quod veniens coram nobis Johannes Rijke Engberti vendidit
et optulit pro decem libras denariorum legalium eidem ut fatebatur persolutis litteram cui hec presens litteram
est transfixa et omnia eius contenta prout ibidem continentur Johannis Doncker hereditarie possidendam
Et Johannes Rijke Engberti predictus littere et eius contentis predictis renunviavit promittens facere
renunciare omnes qui ex parte sua littere et eius contentis predictis de jure renunciare tenentur Pro-
mittens eciam ex parte sua warandiam facere Johanni Doncker predicto super litteram et eius con-
tentis predictis per annum et diem ut juris est adversus omnes juri comparere volentes Et de-
ponere ex parte sua omne plegium quod voirplicht dicitur de eisdem Nostrarum testimonio litterarum
Datum anno domini Mº CCCCº quinto feria quinta post diem beati Mathie apostoli
Datum: donderdag na St. Mathias apostel (24 feb).
Transfix.
Hangt aan: 29-04-1404
Aanhangend: 30-04-1436
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 28 / p. 63)
100 ) 01-03-1322. Jan de Cock, ridder, en zijn zoon Amout verkoopen aan Mariënweerd XXXII morgen onder Hier.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-3-2018.
U. p. v. nos Henricus de Werva senior, Johannes Voecht et Wolterus Scaep, s. in Sautbomel, n. f. p. q. c. c. n. d. Johannes Coc, miles, et Arnoldus suus filius, vendiderunt et o. pro octingentis libris d. l. e. ut f. p. XXXII jugera terre ad bonam mensuram, sita in j. de Hier, videlicet unum campum tenentem XV jugera situm in loco dicto Snellenvelde, inter d. Martinum (1), investitum in Meteren, et Hermannum de Lapidea domo, qui campus in loco dicto Wedermarc terminabitur. Item campum unum tenentem XVII jugera, dictum heren Jans Coecs camp, situm in loco dicto over den Evertsgrave, inter d. Gherlacum de Buscoducis et Wilhelmum de Nyulant, qui campus in dictum locum Wedermarc terminabit et finem habet, Henrico de Werva juniori a. o. dom. etc. sine obligatione census et aggeris, in allodio her. possidenda. Et d. Johannes c. u. s. et Arnoldus predicti huj. terre renunciaverunt promittentes etc. dicto Henrico a. o. pred. super terra memorata per annum etc. Inde sunt Gerardus, filius Eccrini de Beesde, Wilhelmus dictus Ridder filius Gerardi Holle, Alardus Key de Wadenoye, Johannes filius Ottonis de Ripa, Rodolphus, ejus frater, Goswinus filius Metten de Ynen et Johannes filius Johannis Witten fidej. ind. N. t. l.
Datum a. D. MCCCXXII, feria II post beati Mathie Apostoli.
Vgl. nº 227.
1) de Ynen, volgens nº 231.
Transfix.
Aanhangend: 22-04-1322
Bron: Cartularium der Abdij Marienweerd, inv. 222 (Pag. 150)